Book

Publiek Risico: Essays

Dit e-boek bevat een collectie van 60 essays, geschreven door gerenommeerde publieke leiders, experts en wetenschappers, samengebracht door Jack Kruf (Governance Connect, president PRIMO Europe), in samenwerking met Eric Frank (voormalig directeur PRIMO Nederland) en Frank Janse (hoofd communicatie BNG Bank).

Een boek om uw kennis te verrijken en uw inzichten te verdiepen. Het telt 606 pagina’s lezenswaardig materiaal met betrekking tot de publieke besturing van waarden en risico’s.

Het boek bevat een caleidoscopisch overzicht en bestrijkt de periode 2000-2019. Beoogd wordt om de ontwikkeling van het vakgebied ‘publiek risicomanagement’ – als relatief nieuw vakgebied binnen het bredere perspectief van publieke (be)sturing -nader te duiden en de zoektocht naar acceptatie ervan door bestuur en management – als logische bijdrage aan resultaat en succes – in beeld te brengen.

Met de nadrukkelijk instemming van de uitgevers en auteur(s) is het mogelijk geweest de essays op deze wijze bij elkaar te brengen. Dank aan alle auteurs en organisaties voor het beschikbaarstellen van deze essays. Deze collectie wordt uitgebracht voor bestuurders, managers, adviseurs, wetenschappers, docenten en studenten.

Download

De gave van Gauguin

Paul Gaugain (1888), La Vision après le sermon. Edinburgh: National Gallery of Scotland.

Wat hebben kunstenaars en bestuurders gemeen? Op het eerste gezicht niet zoveel, althans in de meeste gevallen. Maar bij het lezen van het boek Dat kan mijn kleine zusje ook door Will Gompertz (voormalig directeur Tate Gallery), dat handelt over begrip voor moderne kunst (met als startpunt de impressionisten), blijkt toch een verrassende parallel. Wij citeren (p. 89):

“Wat hij (Paul Gauguin, red.) wél bezat – en wat  alle grote kunstenaars bezitten – was het vermogen om op een unieke manier universele ideeën en gevoelens over te brengen. Om daartoe in staat te zijn moet het talent van het individu meestal de tijd krijgen om een eigen, herkenbare stijl te ontwikkelen. Als dat eenmaal gebeurd is en de schilder zijn of haar eigen stemgeluid gevonden heeft, kan er een gesprek met de toeschouwer plaatsvinden. Er worden dan aannames mogelijk en er kan een relatie ontstaan. Gauguin bereikte dat stijlkenmerk in een opmerkelijk korte tijd, en dat bewijst zijn vakbekwaamheid en intelligentie.”

De snelle oriëntatie, het ontwikkelen van de eigen stijl, het eigen authentieke stemgeluid vormgeven zijn de gaven van Gauguin. Zij komen overeen met wat goede bestuurders in de relatief korte bestuursperioden van vier jaar ook te doen hebben. Net als hebben zij beperkte tijd om te binden met hun omstanders, burgers, bedrijven en instellingen, eigenlijk met de samenleving. Wat Gompertz hier schrijft zou hij ook geschreven kunnen hebben voor bestuurders.

Waar ligt de kern van de gave van Gauguin? Gompertz licht op p.86 een tipje van de sluier op – een deel aan de hand van La Vision après le sermon (1888), te zien op de afbeelding hierboven – wat het volgens Gauguin zelf was:

“Hij (Paul Gauguin, red.) was tot de conclusie gekomen dat het de impressionisten aan intellectueel doorzettingsvermogen ontbrak. Ze konden niet verder kijken dan de werkelijkheid zich voor hun ogen ontrolde. Hun rationalistische kijk op het leven beroofde hun schilderijen van de belangrijkste ingrediënt: verbeeldingskracht.”

Paul Gauguin is naar het oordeel van de Heren van Oranje een verrassende en inspirerende leermeester voor bestuurders en managers: verbeeldingskracht als gave en factor voor het leggen van verbindingen.

* Will Gompertz (2012), Dat kan mijn kleine zusje ook: Waarom moderne kunst kunst is. Meulenhoff, Amsterdam, 464 pp.

De Stoep

Dit boek* toont de Hollandse stoep in haar verscheidenheid: de drempelzones van Herman Hertzberger en Aldo Van Eyck, de bloemtafels van Sambeek en Van Veen en de klassieke Hollandse stoep.

De stoep is het domein waar een prettige en gezonde stad begint. De stoep is een overgangsgebied tussen huis en straat waar sociale contacten tussen bewoners plaatsvinden en de uitstraling van de straat voor een belangrijk deel wordt bepaald. Een succesvolle stoep ontstaat echter niet zomaar. Vooral niet nu overheden en woningcorporaties zich bezinnen op hun taken en meer en meer wordt gevraagd van andere partijen en van bewoners zelve. Burgerparticipatie of overheidsparticipatie, het is maar net hoe je het bekijkt, begint op de stoep. Het is het domein waar publiek en privé elkaar ontmoeten. Good governance van de stad begint bij kennis van de stoep.

Aan de hand van interviews, casestudies in binnen- en buitenland, essays en een analyse van ruim 6000 Rotterdamse straten beschrijft het boek ‘DE STOEP’ de drijfveren van mensen om van de stoep een eigen plek te maken. Voor elke lokale bestuurder en manager een must read, zo vinden de Heren van Oranje.

* Ulden, Eric van, Daniel Heussen en Sander van der Ham, 2015, ‘De Stoep: Ontmoetingen tussen huis en straat’. Nai010 publishers, Rotterdam, 240 pp.

Verandering van Tijdperk

Toch weer eens uit de boekenkast gepakt. Het boek van Jan Rotmans. “Nederland zal de komende decennia transformeren naar een nieuwe samenleving waarin de machtsverhoudingen zoals we die nu kennen radicaal zijn omgegooid. Dit is geen idealistisch vergezicht, maar de onontkoombare uitkomst van de kantelperiode waarin Nederland zich nu bevindt.

In ‘Verandering van tijdperk’, de opvolger van de bestseller ‘In het oog van de orkaan’, beschrijft Jan Rotmans ook de nieuwe sectoren onderwijs en financiën en geeft daarmee een compleet beeld van Nederland in transitie.

Rode draad is dat alle maatschappelijke sectoren hun houdbaarheidsdatum naderen, omdat de mens niet langer centraal staat. Mensen ontwikkelen zelf alternatieven en voeren die uit. Samen vormen zij de beweging van onderop, essentieel voor de transitie naar een beter aangepaste samenleving en economie.

Jan Rotmans geeft in ‘Verandering van tijdperk’ een concreet en soms ontluisterend beeld van de heftige botsing tussen de gevestigde orde en de opkomende nieuwe orde. Dit boek laat zien wat ons te wachten staat en biedt inspiratie omdat in deze kantelperiode ieder individu en elk initiatief telt; eenieder kan juist nu het verschil maken.”

*Rotmans, Jan en Martijn Jeroen Linden, 2014, Verandering van tijdperk: Nederland kantelt. ‘s-Hertogenbosch, Aeneas Media, 180 pp.

Steden en klimaatverandering

Met het Parijs klimaatverdrag gisteren ondertekend door 175 landen gisteren is het tijd voor steden om te acteren. Met de ondertekening werd een begin gemaakt met een wereldwijde beweging.

Deze wat oudere publicatie van 2009 door de Wereldbank kan gemeenten helpen. Het is na 10 jaar nog steeds actueel en goed bruikbaar voor begrip van de omvang van het vraagstuk en de wijze waarop besturende processen door bedrijven en met name overheden vormgegeven kunnen worden.

Het is gebaseerd op het 5de stedelijk onderzoekssymposium inzake steden en klimaatverandering en adresseert de urgentie van een stevige agenda. Het werd gehouden in Marseille. Het gaat in op hoe klimaatverandering en verstedelijking geleidelijk bij elkaar komen om één van de grootste uitdagingen van onze tijd te adresseren.

Simpler: The Future of Government

Book by Cass R. Sunstein

How can government be more “user-friendly”, simple and efficient by streamlining and reforming government regulation and rule-making?

This book is about making things simpler, how governments can be much better, and do much better, if they make people’s lives easier and get rid of unnecessary complexity. “…simpler government can be found in new initiatives that save money and time, improve health, and lengthen lives” (Simon & Schuster).

In this book the author Cass R. Sunstein shares his experiences from 2009 to 2012 when he was Administrator of the White House Office of Information and Regulatory Affairs in the Obama Administration. His theories shaped and continue to shape the Obama administration and the American nation. In this interview (Brookings) Sunstein lines out his main findings and focus.

Published in 2013 by Simon & Schuster, Inc. Read more >

If Mayors Ruled the World

Book by Benjamin R. Barber

“Challenges of our time—climate change, terrorism, poverty, and trafficking of drugs, guns, and people—the nations of the world seem paralyzed. The problems are too big, entrenched, and divisive for the nation state. Is the nation state, once democracy’s best hope, today dysfunctional and obsolete? The answer, says Benjamin R. Barber in If Mayors Ruled the World: Dysfunctional Nations, Rising Cities, is yes.

Barber asserts that cities, and the mayors that run them, offer the best new forces of good governance. Why cities? Cities already occupy the commanding heights of the global economy. They are home to more than half of the world’s population, a proportion which will continue to grow. They are the primary incubator of the cultural, social, and political innovations which shape our planet. And most importantly, they are unburdened with the issues of borders and sovereignty which hobble the capacity of nation-states to work with one another.” (Source: website author)

In his TedTalk in Edinburg, Scotland, he outlines is argumentation for this new approach.

“Democracy is in trouble. No question about that.

And it comes in part from a deep dilemma in which it is embedded.  It is increasingly irrelevant to the kind of decisions we face, that have to do with global pandemics (a cross-border problem), with HIV (a transnational problem with markets in immigration, something that goes beyond national borders), with terrorism, with war. All now cross-border problems all now. In fact we live in a 21st century world of interdependence and interdependent approval, interdependent problems.”

And when we look for solutions in politics and democracy we are faced with political institutions designed four hundred years ago. Autonomous, sovereign nation-states with jurisdictions and territories separate from one another each claiming to be able to solve the problem of its own people. 21st Century transnational world of problems and challenges seventeenth century world of political institutions.

In that dilemma lies the central problem of democracy. And like many others I’ve been thinking about what can one do about this. This asymmetry between 21st century challenges and archaic and increasingly dysfunctional political institutions like nation-states.

 

Landscape as Infrastructure

As ecology becomes the new engineering, the projection of landscape as infrastructure―the contemporary alignment of the disciplines of landscape architecture, civil engineering, and urban planning― has become pressing. Predominant challenges facing urban regions and territories today―including shifting climates, material flows, and population mobilities, are addressed and strategized here.

Responding to the under-performance of master planning and over-exertion of technological systems at the end of twentieth century, this book argues for the strategic design of “infrastructural ecologies,” describing a synthetic landscape of living, biophysical systems that operate as urban infrastructures to shape and direct the future of urban economies and cultures into the 21st century.

Pierre Bélanger is Associate Professor of Landscape Architecture and Co-Director of the Master in Design Studies Program at Harvard University’s Graduate School of Design. As part of the Department of Landscape Architecture and the Advanced Studies Program, Bélanger teaches and coordinates graduate courses on the convergence of ecology, infrastructure and urbanism in the interrelated fields of design, planning and engineering.

The book is published by Routledge.

Critical Mass: How One Thing Leads to Another

Ik heb het boek “Critical Mass: How one thing leads to another” van Philip Ball in twee weken – allemaal tussendoor natuurlijk – verslonden. Een boek voor een bèta-man als ik, kost die erin gaat.

Het boek verbindt een palet aan wetenschappen, zoals wis-, natuur- en scheikunde, sociale psychologie en ecologie met de dynamiek van de samenleving. De auteur zoekt, wikt en weegt welke modellen welke groepsprocessen in de samenleving zouden kunnen verklaren en daarmee kruipt hij in de huid van groepen en stapt ín maatschappelijke processen. Het is een bijzondere zoektocht. En gaat niet over één nacht ijs, maar levert een degelijk stukje wetenschappelijk werk. Het is in één woord fascinerend. Eindelijk lees ik hier over de ‘mechanismen’ achter de mystiek van een zwerm spreeuwen. En alles over hoe de samenleving bestuurd zou kunnen worden. Een echt ander perspectief dan dat vanuit ‘bestuurskunde’. Deze wetenschap komt mij plots over als een geïsoleerde wetenschap…

Ball legt een holistische benadering op tafel, zoals ook Leonardo da Vinci die had, en wordt daarin gestuurd vanuit de vraagstukken zelve. Een boek met universele maatschappijwetenschap als basis. Op zijn website verwoordt hij de focus van zijn boek:

Tired of the civil war ravaging England, Thomas Hobbes decided in the seventeenth century that he would work out how society should be governed. But his approach was not to be based on the wishful thinking of Plato’s ‘Republic’ or Bacon’s ‘New Atlantis’; Hobbes used Galileo’s mechanics to construct a theory of government from physical first principles. His answer looks unappealing today: a dictatorial monarchy that ruled with an iron fist. But Hobbes had begun a new adventure: to look for ‘scientific’ rules that governed society.

This programme was pursued, from many different political perspectives, by Adam Smith, Immanuel Kant, Auguste Comte, John Stuart Mill and others; but social and political philosophy gradually abandonded such a scientific approach. Today, physics is enjoying a revival in the social, economic and political sciences, as we find that large numbers of people can display behaviour eerily reminiscent of so many mindless particles, all interacting with one another.

Thinking, Fast and Slow

The mind is a hilariously muddled compromise between incompatible modes of thought in this fascinating treatise by a giant in the field of decision research.

Psychologist Kahneman positions a brain governed by two clashing decision-making processes. The largely unconscious System 1, he contends, makes intuitive snap judgments based on emotion, memory, and hard-wired rules of thumb and the painfully conscious System 2, laboriously checks the facts and does the math, but is so “lazy” and distractible that it usually defers to System 1.

Kahneman uses this scheme to frame a scintillating discussion of his findings in cognitive psychology and behavioral economics, and of the ingenious experiments that tease out the irrational, self-contradictory logics that underlie our choices.

All described factors play directly and indirectly a role in public governance. All public leaders and managers should be aware of the so thoroughly described systems of our brains and behaviour. They makes thinks clear an understandable. The book is an epiphany.

Review from New York Times: Two Brains Running.

Picture Daniel Kahneman: slate.com

Méér!

Illustratie: Len Munnik

Boek door Marianne Thieme

“In het boek Méér! bundelt Marianne Thieme wetenschappelijke inzichten die de crises van dit moment in kaart brengen en in samenhang helpen oplossen. Ze komen van onafhankelijke wetenschappers die zich zorgen maken over de toekomst van mens, dier, natuur en milieu en vanuit diverse invalshoeken pleiten voor een radicale omslag in beleidskeuzes. Allen kiezen de grenzen van de aarde als uitgangspunt voor ons handelen. Samen schreven ze een leidraad voor andere, duurzame beleidskeuzes, die onontkoombaar geworden zijn door onze groei- en schuldverslaving.

Méér! is het kernthema geworden van onze samenleving: meer van alles en meer dan er is. In de afgelopen decennia van ongekende welvaart heeft het geloof postgevat dat de groei van onze economie niet alleen grenzeloos is, maar ook een voorwaarde is voor geluk en welvaart. Waar economie ooit de wetenschap van het voortbrengen en verdelen van schaarse goederen en middelen was, is er inmiddels vrijwel exclusief aandacht voor geld en monetaire vraagstukken.

De systeemcrisis die zich in 2008 aandiende als een bankencrisis, manifesteert zich nu als monetaire crisis. Én het is duidelijk dat we daarnaast de biodiversiteitcrisis hebben, de klimaatcrisis, de wereldvoedselcrisis en andere schaarsteproblemen die welvaart en welzijn tot in de kern bedreigen.” Lees meer >

 

Dienen en Deugen

Door René Weijers

Bestuurders en topmanagers staan dagelijks in het brandpunt van de maatschappelijke aandacht. De verwachtingen over hun functioneren zijn terecht hooggespannen. Vaak is die aandacht niet positief en domineren de incidenten in de berichtgeving: dwalen, falen en schandalen voeren de boventoon. De vraag is of dit recht doet aan de pluriforme werkelijkheid van bestuur en topmanagement.

Dienen en Deugen bekijkt bestuurders daarom vanuit een andere invalshoek: wanneer gaat het goed en waarom gaat het goed? Veel topbestuurders weten met hun organisatie waarde te creëren. Ze leveren een bijdrage die er toe doet. Het blijkt dat goede topbestuurders niet alleen bekwaam zijn, maar ook deugdzaam. Zij dienen door effectief om te gaan met complexiteit en deugen door tegelijkertijd te varen op een moreel kompas.

Bestuurlijke vraagstukken over strategie, leiderschap en verandering zijn dermate complex dat ze alléén met gestapelde intelligentie niet klein te krijgen zijn. Slimheid kan zelfs ontaarden in bedrog en fraude. Daarom is er ook een ander bestuurlijk repertoire noodzakelijk. Daarin voorziet het perspectief van klassieke en alledaagse deugden met een appèl op wijsheid, moed, matigheid en rechtvaardigheid. De verbinding tussen ‘weten’ en ‘geweten’ blijkt cruciaal. Deugden zijn een bron van zin en betekenis.

Bestuurlijke opgaven zijn doorgaans geen enkelvoudige puzzels die zich met een simpele redenering laten oplossen. Vaker gaat het om dilemma’s, paradoxen en ‘venijnige’ kwesties. Bekwame bestuurders kunnen omgaan met dit verbonden vlechtwerk van soorten problemen. Ze weten een begaanbaar pad te vinden in een complexe en onvoorspelbare werkelijkheid. Daarvoor zijn overzicht, inzicht en timing belangrijke kwaliteiten. Bestuurders die dit kunnen, positioneren zichzelf niet als een traditionele held of een solistische redder in de nood met uitzonderlijke kwaliteiten. Eerder getuigen ze van respect voor de inzichten en opvattingen van anderen en gaan daar actief naar op zoek.

In dit boek staan tien openhartige ontmoetingen met bestuurders centraal. In combinatie met een literatuurstudie en de jarenlange ervaring van de auteur als bestuursadviseur, bieden de gesprekken een intrigerend kijkje achter de schermen van topbestuur.

Een promotieonderzoek stond aan de basis van dit boek. Dienen en Deugen biedt stof tot nadenken aan de bestuurstafel. Boeiend materiaal voor bestuurders, directeuren, commissarissen en toezichthouders. En zeker een aanrader voor professionals onderweg naar de top.

Publieke Waarden en Blauwe Oceanen

De overheid draagt mede zorg voor de publieke waarden zoals veiligheid, leefbaarheid, schoon milieu, maatschappelijke samenhang, goed openbaar vervoer. Om deze waarden te kunnen scheppen binnen het democratisch proces voert zij een gerichte strategie, een koers.

Met de omvang van de financieel-maatschappelijke crisis zoekt de overheid naar nieuwe wegen, naar alternatieve voor deze waardencreatie. Immers de eigen rol van de overheid staat gezien haar  uitgavenpatroon (zij geeft meer uit dan beschikbaar is) onder grote druk. Vernieuwing in het proces van denken en handelen, zowel politiek, bestuurlijk als ambtelijk lijkt noodzakelijk.

Die strategie, zo kan de filosofie zijn, zou kunnen lukken als wordt gedacht in termen van nieuwe markten, concepten, producten/diensten en werkwijzen. Niet in het denken en handelen vanuit reeds conventionele, traditionele, gebaande en wellicht ook ‘platgetreden’ paden.

In het boek de blauwe oceaan: creatieve strategie voor nieuwe concurrentievrije markten wordt dit proces van waardencreatie systematisch beschreven. Een benadering die ook van toepassing zou kunnen zijn op de creatie van publieke waarden.

De overheid kan met een blauwe oceaan strategie haar diensten naar burgers, bedrijven en samenleving anders opzetten en vormgeven, waarbij tegelijkertijd de kosten voor de productie van die diensten kunnen worden teruggebracht (een uitgangspunt van deze strategie). De in het boek beschreven concepten, methoden en technieken verdienen een vertaalslag naar het publieke domein.

Identiteit

Paul Verhaeghe

“Maatschappelijke veranderingen hebben gezorgd voor een veranderd ik-gevoel.

Paul Verhaeghe onderzoekt de effecten van dertig jaar neoliberalisme, vrijemarktwerking, privatisering en de relatie tussen de maakbare samenleving en onze identiteit. Wie wij zijn wordt zoals altijd bepaald door de context waarin wij leven. Die context bepaalt op dit moment: wie geen succes heeft zal ziek zijn.

De dwang tot succes en geluk blijkt een keerzijde te hebben: het leidt tot verlies van zelfbesef, tot desoriëntatie en vertwijfeling. De mens is eenzamer dan ooit. De liefde is moeilijk te bereiken en betekenisvol leven is diepgaand problematisch geworden.”

“Ik doe een poging om het daarbij aansluitende mensbeeld, de spiegel die ons omringt, onder worden te brengen (GC p. 116):

Mensen zijn competitieve wezen die vooral uit zijn op hun eigen profijt. Op maatschappelijk vlak is dat in het voordeel van ons allemaal, want iedereen zal in die competitie zijn uiterste best doen om aan de top te geraken. Daardoor krijgen we betere en goedkopere producten in combinatie met een efficiëntere dienstverlening binnen een één gemaakte vrije markt, zonder inmenging door de overheid.

Dit is ethisch correct, want het slagen of mislukken van een individu in die competitie hangt volledig af van diens eigen inspanningen. Iedereen is bijgevolg zelf verantwoordelijk voor het eigen succes of falen. Vandaar het belang van onderwijs, want onze wereld is een razendsnel evoluerende kenniseconomie die om hoogopgeleide mensen met flexibele competenties vraagt. Eén hoger-onderwijsdiploma is goed, twee is beter en levenslang leren een must. Iedereen moet blijven groeien. Immers de competitie is bikkelhard. Vandaar ook de dwingende noodzaak aan functioneringsgesprekken en constante evaluaties, die alles geleid door de onzichtbare hand vanuit een centraal management.

Dit is de korte samenvatting van het grote verhaal dat vandaag de dag onze cultuur beheerst en dat bijgevolg onze identiteit vormt.Cultuur kunnen we het best begrijpen in de ruime betekenis, want dit verhaal heeft ondertussen alle sectoren ingenomen, van wetenschap via onderwijs tot de zorgsector en de media. Ik herinner er nog even aan dat identiteit ook onze normen en waarden bevat en bijgevolg de verhouding tegenover anderen bepaalt.”

“Loon naar werken in naam van de vrijheid (GC p. 118):

Het woord ‘meritocratie’ (GC: door Scott Belsky van Adobe deze week nog als thema centraal gesteld in hun nieuwe website Behance tijdens hun wereldwijde congres) was tot voor kort vrij onbekend, in tegenstelling tot de onderliggende gedachte waarmee zo ongeveer iedereen opgevoed is: loon naar werken; iedereen krijgt wat hij verdient; boontje komt om zijn loontje, zoals men zaait, zo zal men oogsten, enzovoort…

De macht (kratos) dankzij de inzet, de verdienste (merit)…

De versmelting van vrijheid en loon naar werken heeft gezorgd voor een kantelpunt, waarna we het beste kunnen spreken van een ‘neoliberale meritocratie’. Het belang van dat kantelpunt kunnen we afwegen aan de gevolgen. Binnen de kortste keren valt de sociale mobiliteit stil, ontstaat er een groeiende kloof tussen onder- en bovengroep en moeten vrijheid het veld ruimen voor een veralgemeende paranoia.”

Interview Paul Verhaeghe in Brands met Boeken.

Uitgegeven door De Bezige Bij, Amsterdam

Alleen op de wereld

Alleen op de wereld‘ werd voor het eerst gepubliceerd in 1878. Het verhaal gaat over de vondeling Rémi en zijn zoektocht naar zijn afkomst. Met een reizende artiest, de Italiaan Vitalis, en zijn dieren trekt hij de wereld in. Het boekt vertelt het verhaal van een samenleving die in beweging is, net als nu.

De Franse schrijver Hector Malot neemt ons mee naar een Europa dat volop in ontwikkeling is en de eerste stappen zet naar een moderne economie. Naar ook een Europa waar nog veel armoede is en het leven aan de zelfkant een gevecht op zichzelf blijkt te zijn. Ook een Europa, dat nog landelijk is, waar wolven nog vrij rondlopen. Een Europa dat nog niet is geïndustrialiseerd, maar duidelijk de eerste stappen zet. Op zijn omzwervingen ontmoet hij allerlei type mensen. Hij leert over vertrouwen, uitbuiting, misbruik en ontmoet de kracht van vriendelijkheid en eerlijkheid.

Het boek is de ‘bijbel’ van de samenleving. Het is zeer actueel, veel patronen zijn vergelijkbaar met het heden. Een must read. Het is fascinerend te lezen hoe weinig er in 140 jaar veranderd is.

De Mystiek van het Woud

Jack Kruf

De mystiek van de zeven nachten, die ik op mijn trektocht door het Zwarte Woud in het bos heb gebivakkeerd, heb ik ingelijst, misschien wel verankerd in mijn geest of zelfs in mijn ziel. Het was alsof ik oploste in het ecosysteem, werd ondergedompeld in de nachtelijke dynamiek van geluiden van het woud, rustend op de bedding (van mos) van Moeder Aarde. Nee, angst heb ik niet gehad. Ik kende de bossen op mijn duimpje. Ik was er thuis en wist ook welke dieren er leefden. Wolven waren lang niet meer gespot… Spannend, dat zeker wel.

De wildernis

Vele jaren later las ik het boek van John Muir, Journeys in the Wilderness. Dat was thuiskomen.

Het gevoel van de wildernis is zo weer op te roepen, en daarmee de ervaring om mij één met de natuur, ja, één met het universum te voelen.

Heel ver weg, over de verre heuvels en verscholen onder het zachte suizen van de wind door de hoge sparren is er de bewoonde wereld, ergens, daar waar mensen wonen. Alsof ik even geen deel uitmaak van de samenleving, maar een bosbewoner ben.

Vermomd als Heer

Soms, als ik in mijn nette pak met das moet aantreden bij een formeel treffen of optreden op een dichtbevolkte conferentie – mijn vader wist mij in deze staat treffend te duiden (hij kende mij immers als zijn broekzak) met vermomd als heer –  dan denk ik nog wel eens aan die momenten alleen in het diepe nachtelijke woud op de grens van Duitsland en Zwitserland.

Dan komen de woorden van John Muir zo weer binnen: “The clearest way into the Universe is through a forest wilderness.” Die helderheid relativeert altijd de drukte en de hectiek, verschaft het comfort van het inzicht en houdt beide voeten op de grond, altijd. Tja, vermomd als heer, dat is een goeie. Nog steeds.