Resilience

Thorbecke re-invented: organische aanpak als dé weg naar resilience

Johan Rudolph Thorbecke

Het is een interessant fenomeen: de samenwerking tussen de verschillende overheidslagen. Of beter de zoektocht ernaar. En zelfs het op punten ontbreken ervan. Thorbecke was zeer modern in zijn denken. En wellicht nu ook nog als zodanig te beschouwen. Hij ontleende zijn structuur van rijk, provincie en gemeente aan dat van de natuur. Lagen, zoals elk ecosysteem vele lagen heeft en daarbij de basis vormt van de eigen resilience, het vermogen om verstoringen het hoofd te bieden en terug te veren naar het evenwicht.

Heeft Thorbecke destijds niet al het recept uitgevonden en daarmee de basis gelegd voor het snelgroeiende resilience paradigma? Thorbecke was tijdgenoot van de grote systeemdenkers Alexander von Humboldt en Charles Darwin. Hij moet haast door hen geïnspireerd zijn geweest bij het ontwerpen van ‘zijn’ architectuur voor bestuurlijk Nederland. Hij heeft immers kernelementen van ecosystemen overgenomen in zijn onderliggende filosofie. Je zou het ‘Huis van Thorbecke’ ook kunnen beschouwen als een tijdloze visie op het systeem van het openbaar bestuur.

Multi-level governance
Eén van de probleempunten in de samenwerking tussen de overheidslagen – dit is algemeen gedacht – lijkt te zijn dat beleid hoofdzakelijk top-down wordt ontwikkeld en uitgerold naar lagere echelons in het ecosysteem overheid. Er zijn genoeg voorbeelden waarin de effectiviteit van een dergelijke werkwijze gering is te noemen is of soms averechts werkt. Op Europees niveau is enkele jaren geleden in dialoog met Public Risk Management Organisation (PRIMO) en de Europese vereniging van gemeentesecretarissen (UDITE) geconcludeerd dat dit fenomeen van top-down werken een matig tot geringe implementeerbaarheid van beleid liet zien.

Het fenomeen van ‘naar beneden duwen’, zoals een Portugese collega het ooit noemde, van taken in financieel krappe tijden doet zich in bijna alle Europese landen voor. Naar beneden en met minder geld. Het frappante is dat overal in Europa door de politiek bij decentraliseren het argument van lagere uitvoeringskosten als argument wordt aangevoerd. Thorbecke had bedacht dat het verkeer beide richtingen op moest gaan, dus ook bottom-up, omdat elk werkend systeem staat of valt met terugkoppeling. Een essentieel element van elk systeem. Zonder terugkoppeling valt elk systeem om.

Luisteren
Vooral de dialoog moet te allen tijde open blijven tussen de bestuurslagen. Het lijkt beter niet constant elkaar slechts de overtuigingen te schetsen maar oog te hebben voor waar het om gaat en de dialoog te starten. Hiervoor zal de centrale overheid open moeten staan en echt luisteren naar provincies en gemeenten.

Deze verbetering begint volgens Ere-Stadssecretaris van Ieper Jan Breyne in elk geval bij een betere koppeling tussen politiek en burger, lees het kabinet, de decentrale overheden, de samenleving en de burgers:

“Maar politici hebben wel als opdracht om te luisteren naar de medeburger, naar wat hem bezighoudt en drijft en om hieraan te verhelpen, niet via hand-en-spandienst, maar via regels en beschikkingen, die het leven beter maken. Het maakt weinig verschil uit of men nu premier is of lokaal raadslid. De basisregels blijven dezelfde.”

Het organische Huis van Thorbecke
In Nederland hebben we voor de organische samenwerking tussen de verschillende overheden een prachtig bestuurssysteem ontwikkeld. Thorbecke was de man die uiteindelijk het voor elkaar kreeg de nieuwe nationale sturing – overigens in navolging van een brede Europese verandering- te baseren op een organische samenwerking van de diverse overheidslagen. Er wordt vaak gemopperd over het Huis van Thorbecke als een oubollig en gedateerd systeem.

Maar misschien is het toch eens goed in het perspectief van de voorliggende veranderingen, dit systeem op haar intentie nogmaals door onze handen te laten gaan. Het af te stoffen en haar principes opnieuw bloot te leggen. En wellicht om opnieuw te beseffen wat we aan de rijke filosofie van Thorbecke kunnen hebben om onze problemen van nu op te lossen. Professor Auke van der Woud, hoogleraar architectuur en stedenbouwgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, verwoordt het in zijn boek ‘Een nieuwe wereld’ – in hoofdstuk 9 ‘Systematisch bestuur’, p. 163, we spreken over 1948 – als volgt:

“Thorbecke beschouwde de staat als een levend, logisch functionerend organisme. De besturen van het land, de provincies en gemeenten waren ‘organen van het staatswezen’, ze waren vitale onderdelen van ‘het stelsel van één lichaam’. De natuur zelf liet zien hoe sterk zo’n stelsel was ‘De natuur is niet daarom zo rijk… maar omdat zij een oneindige verscheidenheid van wezens, ieder met eigen kracht, onder eene algemeene wet laat werken’.”

In de jaren daarna deed ook geleidelijk het woord ‘gemeenschap’ zijn intrede. Van der Woud (p. 171, we spreken over 1876):

“Voor hen was de maatschappij geen verzameling van individuen die allemaal hun persoonlijke doelen nastreefden. Ze vonden: ‘dat zij een organisme is, waarvan de deelen en leden met elkander een samenhangend geheel vormen. Zulk een organisme heeft zijn eigen bouw, zijne eigene ontwikkeling, en evenals de anatoom en de fysioloog het menschelijk lichaam onderzoeken, moet ook de beoeftenaar der wetenschap zijn studie wijden aan de anatomie en fysiologie der maatschappij. Aan de waarneming van ziekteverschijnselen zal het haar daarbij niet ontbreken, aldus vindt zij tevens voor de therapie een ruim veld.”

Klare taal. Werk aan de winkel! Ook voor 2016 en verder goed bruikbaar, zo lijkt het. Eigenlijk bij alle voorliggende vraagstukken zoals klimaat, water, cyber, terrorisme, sociaal domein of privacy. Op veel punten zullen we het Huis van Thorbecke ook naar Europa moeten oprekken, maar goed de principes staan.

Met het huidige karakter van schuivende panelen op financiën, beleidsdoelen, informatiehuishouding, bemensing en besturing – zou het weleens kunnen zijn dat de grondslagen van Thorbecke zeer goed toepasbaar blijken. In een organisme of, zoals door Brian Walker van het Stockholm Resilience Institute geduide term, sociaal-ecologisch systeem wordt immers veel gecommuniceerd en afgestemd, alle kanten op, meervoudig complex. Daarin is ook sprake van een echelon aan goed werkende feedback- mechanismen. Dus niet alleen top-down opleggen van besluiten en klakkeloos uitvoeren, maar een systeem van volop schakelen, koppelen en terugkoppelen.

Zo was het bedacht door Johan Rudolph voor zijn huis van rijk, provincie en gemeente. Kunnen we terug naar deze nobele basisprincipes. Of beter vooruit. Thorbecke… reinvented? En met hem op weg naar de door ons zo gewenste resilience van de samenleving met de ecologische principes op zak.

*Het artikel is geschreven door Jack Kruf, voor het eerst gepubliceerd op 29 oktober 2015 en begin 2020 op enkele punten bijgewerkt.

Bibliografie
Auke van der Woud (2013), Een nieuwe wereld: het ontstaan van het moderne Nederland. Bert Bakker, Amsterdam.

Where city management meets the science of ecology

Source: Wired ©

Source: Wired.

‘A biologist might, let’s say, study a particular species of rabbit, spending years in the field observing a population of them. A botanist might do the same with a specific grass or tree.

But ecologists? They study life, too, but in whole systems at once. An ecologist might study the rabbit, the grass, and add in the local wolf population too. That’s because she’s less interested in the behaviors and traits of one species and more interested in how they interact.’

“The fact that environmental and social policies are so intertwined in cities has created some unexpected feedback loops, just like ecologists expect to see in a natural environment.”

Bringing back lost species?

The Thylacine (Thylacinus cynocephalus). Dr. Goding in 1902. Source: Wikipedia.

Throughout humankind’s history, we’ve driven species after species extinct: the passenger pigeon, the Eastern cougar, the dodo, the Tasmanian tiger …

But now, says American writer Stewart Brand, we have the technology (and the biology) to bring back species that humanity wiped out. So — should we? Which ones? He asks the big question. The answer is closer than you might think.

De lessen van Darwin

Charles Darwin

We weten dat het begrip ‘resilience’ niet van vandaag of gisteren is. Charles Darwin gebruikte het in 1859 bij zijn beschrijving van de kernprocessen van natuurlijke selectie, later door Herbert Spencer samengevat en geduid als het mechanisme ‘survival of the fittest’. Met andere woorden, de soort die zich het best kan aanpassen aan de omstandigheden overleeft en gaat door naar de volgende generatie (ronde). Is dat het in haar essentie? En geldt dat ook voor steden? Met andere woorden: de stad die zich weet aan te passen aan de omstandigheden overleeft. Of is er meer?

In elk geval is resilience anno 2018, bijna 170 jaar na de publicatie van de The Origin of Species, een zoemwoord. Modieus ook. Het is geleend vanuit het Engels. Wat is de Nederlandse betekenis eigenlijk? Ik zie veel van mijn collega’s hun schouders ophalen als ik informeer naar de betekenis ervan. Bij die vraag komt er meestal een veelvoud aan antwoorden: weerstand, weerstandsvermogen, veerkracht, wendbaarheid en robuustheid zijn het meest gehoord. Maar vaak komt er ook een vragende blik of gaan de wenkbrauwen omhoog.

Wat je er precies mee kunt in de dagdagelijkse praktijk van besturen en managen is voor velen nog onduidelijk. Het begrip vliegt hoog over. Hoewel Den Haag en Rotterdam er hard aan werken om denken in resilience van de grond te krijgen. Dat is knap. Het concept en de toepassing voor de besturing van de stad is nog uitdagend. Programmasturing, dat in elk geval, maar het is meer, veel meer. Dat een andere manier is van denken, dat is wel duidelijk. Maar voor het hoe of wat is in de huidige bestuurskunde nog niet veel ruimte, laat staan binnen raden en besturen. Toch is er de krachtige notie van de noodaak om in meer samenhang te gaan sturen, het belang van strategie, scenario’s, lange lijnen, samenwerking in ketens, de waarde van crisis- en rampenmanagement als onderdeel van het geheel, van integraal, betrokken en afgestemd. Maar resilience blijft een containerbegrip voor velen en gaan er nog maar weinig echte lampjes branden.