De gave van Gauguin

Paul Gaugain (1888), La Vision après le sermon. Edinburgh: National Gallery of Scotland.

Wat hebben kunstenaars en bestuurders gemeen? Op het eerste gezicht niet zoveel, althans in de meeste gevallen. Maar bij het lezen van het boek Dat kan mijn kleine zusje ook door Will Gompertz (voormalig directeur Tate Gallery), dat handelt over begrip voor moderne kunst (met als startpunt de impressionisten), blijkt toch een verrassende parallel. Wij citeren (p. 89):

“Wat hij (Paul Gauguin, red.) wél bezat – en wat  alle grote kunstenaars bezitten – was het vermogen om op een unieke manier universele ideeën en gevoelens over te brengen. Om daartoe in staat te zijn moet het talent van het individu meestal de tijd krijgen om een eigen, herkenbare stijl te ontwikkelen. Als dat eenmaal gebeurd is en de schilder zijn of haar eigen stemgeluid gevonden heeft, kan er een gesprek met de toeschouwer plaatsvinden. Er worden dan aannames mogelijk en er kan een relatie ontstaan. Gauguin bereikte dat stijlkenmerk in een opmerkelijk korte tijd, en dat bewijst zijn vakbekwaamheid en intelligentie.”

De snelle oriëntatie, het ontwikkelen van de eigen stijl, het eigen authentieke stemgeluid vormgeven zijn de gaven van Gauguin. Zij komen overeen met wat goede bestuurders in de relatief korte bestuursperioden van vier jaar ook te doen hebben. Net als hebben zij beperkte tijd om te binden met hun omstanders, burgers, bedrijven en instellingen, eigenlijk met de samenleving. Wat Gompertz hier schrijft zou hij ook geschreven kunnen hebben voor bestuurders.

Waar ligt de kern van de gave van Gauguin? Gompertz licht op p.86 een tipje van de sluier op – een deel aan de hand van La Vision après le sermon (1888), te zien op de afbeelding hierboven – wat het volgens Gauguin zelf was:

“Hij (Paul Gauguin, red.) was tot de conclusie gekomen dat het de impressionisten aan intellectueel doorzettingsvermogen ontbrak. Ze konden niet verder kijken dan de werkelijkheid zich voor hun ogen ontrolde. Hun rationalistische kijk op het leven beroofde hun schilderijen van de belangrijkste ingrediënt: verbeeldingskracht.”

Paul Gauguin is naar het oordeel van de Heren van Oranje een verrassende en inspirerende leermeester voor bestuurders en managers: verbeeldingskracht als gave en factor voor het leggen van verbindingen.

* Will Gompertz (2012), Dat kan mijn kleine zusje ook: Waarom moderne kunst kunst is. Meulenhoff, Amsterdam, 464 pp.