Het belang van investerend vermogen

Money, money, money door Viaframe ©

De vraag van onze burgers om anno 2020 te investeren in Oranje-Stad betekende voor ons, Heren van Oranje, een stevige reflectie. Meer dan dat: een shift in denken. Wellicht geldt deze voor elke stad. Waarom? Veel ontwikkelingen zoals op het gebied van klimaat, water, energie, veiligheid nopen tot grote investeringen, dit om de resilience van de stad te borgen. We moeten innoveren met het oog op de toekomst met vermogen dat er nu niet is: de reserves zijn leeg, de schuldposities zijn alleen maar toegenomen en de solvabiliteit van Oranje-Stad is erg laag (12%)

Inzicht
We kwamen plots tot het inzicht dat wij niet meer moesten denken in vaak verder uitgewerkte masterplannen, blauwdrukken en nieuw beleid. Nee, ineens werd ons duidelijk dat het denken in eindbeelden erg gedateerd is. Het zouden droombeelden kunnen zijn en mogelijk beschouwd als bestuurlijke hallucinaties, die niet passen bij trends en ontwikkelingen die wij nu nog niet kennen of doorgronden.Terug naar de hoofdlijnen dus waar bestuur voor is.

Na vele en intensieve gesprekken met onze bedrijven, instellingen en burgers blijkt dat wij als bestuurders van de stad ons vooral moeten richten op het nadenken over het aantrekken van investerend vermogen en de spelregels die daarbij horen. Daar ligt volgens onze gesprekspartners een vorm van regie, die nergens anders kan worden belegd. Investerend vermogen blijkt immers de basis voor de kwaliteit van de stad en het leven erin.

Vermogen?
Dat vermogen kan natuurlijk uit de stad zelf komen, dachten wij, via het belastinggeld van bedrijven en burgers. Dat zou dan besteed kunnen worden door onze bedrijven en instellingen:  samen aan tafel en  komen tot concrete projecten en afspraken over investeringen enzovoorts. Maar het lijkt erop dat dit een veelheid aan projecten oplevert, een versnippert landschap en een aanpak die heel veel overleg en afstemming vraagt en het gevaar van om lost in translation te geraken. Een bovenliggende mal is nodig. Bovendien blijken de middelen na onze rondgang langs de velden beperkter te zijn dan wij dachten. Wat wij nodig hebben om de resilience van de stad te borgen is laten wij zeggen € 10,00 euro en wij konden maar € 1,75 bij elkaar sprokkelen. Hm.

Investeerders
Het inzicht begon te ontstaan dat het investerend vermogen moet gaan komen van grote investeerders, willen we realiseren wat wij nodig achten. Dat zijn natuurlijk op de eerste plaats investeerders die geloven in het concept van onze stad en de publieke waarden onderschrijven, die onze burgers eraan hebben gegeven. Een randvoorwaarde. Met deze investeerders gaat het natuurlijk om zakelijke transacties. Dat weten wij. Er moet immers return on investment zijn. Hoewel het aantrekkelijk lijkt om met grote investeerders in zee te gaan is het duidelijk geworden dat wij opnieuw de burger zullen moeten gaan belasten: naast belastinggeld voor de basisvoorzieningen nu ook een extra prijs vragen voor de realisatie van wat nodig is aan de borging van publieke waarden in de nabije toekomst.

Een nieuwe rol
Investerend vermogen dus. Het spel dus is op de wagen om enerzijds investeerders te verleiden, lijntjes uit te gooien, te verleiden en vooral het helder neerzetten van kaders, stimulerende kaders. Anderzijds om onze burgers te betrekken bij welke producten en diensten nodig zijn en welke prijs daarvoor kan worden betaald om de investeringen terug te verdienen. Het brengt het bestuur van Oranje-Stad in een compleet nieuwe positie. Niet meer van bit-spender, maar van enabler. Van op-het-pluche-zitter naar regisseur en verbinder. Van bewaker-van-de-wet naar mogelijk-maker. De lanen in, de paden op dus. Onze wandelschoenen staan inmiddels – ingevet en wel en voorzien van nieuwe veters – naast het bureau op onze burgemeesterskamer.

Afbeelding: door Viaframe