Het nieuwe zoemwoord in het openbaar bestuur is ‘Resilience’

Jack Kruf

Het nieuwe zoemwoord ‘resilience’ doet zijn intrede in het openbaar bestuur. Stapje voor stapje, maar wel gestaag. Met name als het gaat om de besturing en het management van steden.

De gemeenten Den Haag en Rotterdam hebben nu elk een Chief Resilience Officer en lopen in Nederland voorop. Anne-Marie Hitiepeuw-Gribnau, respectievelijk Arnoud Molenaar zijn op dit moment de frontrunners, de evangelisten, de innovators. Zij rapporteren logischerwijs aan hun burgemeesters Pauline Krikke en Ahmed Aboutaleb, omdat veel bestuurlijke lijnen immers samenkomen in het college. Burgemeesters voeren naast een eigen integrale portefeuille op het gebied van veiligheid en openbare orde ook het voorzitterschap van college en raad.

De start is gemaakt, maar om het gedachtengoed met betrekking tot ‘resilience’ in Nederland te laten landen is er nog heel veel werk aan de winkel. Veel gaat over integraal en afgestemd werken en vooral naar trends en ontwikkelingen kijken en hierop inspelen (van buiten naar binnen denken en handelen). De start in Nederland ligt in Den Haag en Rotterdam.

Als wetenschappelijk opgeleid Wagenings bosecoloog is het begrip resilience gesneden koek. Het ís het DNA van het systeem, van een bos, koraalrif of in dit geval stad. En als voormalig gemeentesecretaris weet ik hoe belangrijk de verbindingen – en de daarmee verbonden veerkracht en wendbaarheid – in de samenleving zijn voor het welzijn van de stad, haar burgers en bedrijven. En natuurlijk ook dat de stad op zich voelt als een levend organisme. Maar wat is resilience exact en als concept in de wereld van steden, samenleving, bedrijven, instituties en mensen?

Toverwoord

De Europese vlag

Het belang van resilience lijkt evenwel snel toe te nemen. Wat het ook precies is en hoe het uitwerkt op het besturen en managen van de stad zelve. Het adresseren ervan is meer en meer ‘vereist’ bij de vele Europese onderzoeks- en innovatiesubsidies. Het gebruik en de toepassing ervan heeft zowaar een centrale plek gekregen in de funding van projecten. Het lijkt haast een toverwoord geworden voor het nadenken over en het oplossen van vraagstukken. In Brussel is het echt een zoemwoord. Op lokaal niveau bij gemeenten in Europa zoemt er nagenoeg nog weinig. Hm. Is het misschien gewoon oude wijn in nieuwe zakken?

Nieuw netwerken

Er zijn inmiddels allerlei netwerken in aanbouw met resilience als centraal thema. Het meest beroemde voorbeeld daarvan is het 100resilientcities.org netwerk, opgericht om het gedachtegoed wereldwijd te verspreiden en toe te passen. Den Haag en Rotterdam zijn hiervan onderdeel.

Het is misschien dus toch niet zo trendy als op het eerste gezicht lijkt. Het is serieuze business. Er is sprake van een diepere achtergrond en zelfs van een nieuwe beweging in denken. Sommigen zeggen dat het begrip een drager is voor een nieuwe manier van kijken, plannen en handelen om de de samenleving te besturen. Integraal, holistisch, afgestemd. De overtuiging onder bestuurders en managers groeit dat meer systemisch én systematisch denken nodig is om tot effectief handelen te komen bij het vinden en toepassen van oplossingen. Resilience als haast een nieuwe wetenschappelijk loot aan de stam lijkt dit te adresseren.

Definitie

Het woord stedelijke resilience heeft inmiddels de intrede gedaan. Het genoemde netwerk definieert dit als volgt:

“Het vermogen van individuen, gemeenschappen, instituten, bedrijven en systemen binnen een stad om te overleven, zich aan te passen en te groeien ongeacht de soort chronische stress en acute schokken die zij ondervinden”.

Dat klinkt ferm. Een kwestie van je mannetje staan, je niet omver laten blazen, stevig in je schoenen staan, ruggegraat tonen, de kaas niet van je brood laten eten? Of is het gewoon goed recupereren zoals onze wielrenners dat duiden? Voer voor nader onderzoek.

Foto: Corrosion Art. © Q-Dock.