The Book of Bees

How do bees communicate? What does a beekeeper do? Did you know that Napoleon loved bees? Who survived being stung by 2,443 bees.

This encyclopaedic book, The Book of Bees answers all these questions and many more, imparting masses of information with a light, humorous touch, and in scorers of vibrant illustrations. Piotr Socha tracks the history of bees from the time of the dinosaurs to their current plight, examining along the way the role bees have played in history and in the rest of the natural world.

It is cleverly compiled. It goes into the construction of the honey bee’s body, their roles in the ecosystem, and elaborates on all the things we know but not really know of the productions of honey, about the reason of swarms, about waggle dances and the language of the bees, their favourite flowers and all things related, like pollen, the hive, myths and so much more.

It is for kids and more than that for adults. It is for every public leader. It fascinates, entertains and educates and it should lead to better decisions. Knowing this, there is no other way.  An example book how to explain things about the ecosystem of life.

Bibliography
Socha, P. and Grajkowski, W. (2016) The Book of Bees. London: Thames & Hudson.

Le Sacre du Printemps

Het Nationaal Ballet voerde 100 jaar na de première de Ouverture uit onder choregrafie van Shen Wei en David Dawson.

Het is lente. Hoewel, het sneeuwt al twee dagen. Het is vandaag 50 jaar geleden dat Igor Stravinsky is overleden. Ik luister deze altijd naar Le Sacre du Printemps (De Lentewijding, 1913). Het geldt als één van de meest revolutionaire werken van de 20e eeuw. De kracht van de ontwaking van de natuur kan niet beter worden uitgedrukt, zeker op 3′ 34″. De première vond plaats op 29 mei 1913 in het Théâtre des Champs-Élysées te Parijs. De zaal dacht: “Wat is dit?”.

Het muziekstuk is, in tegenstelling tot de westerse traditie tot dan toe, gebaseerd op een strakke en dominante ritmische complexiteit. Tot deze avond diende het ritme om de muziek meer vorm en body te geven en niet andersom.

Op deze dag introduceerde Igor Stravinsky nieuwe concepten en sloeg in harmonisch opzicht nieuwe wegen in. Zowel de dansers van het ballet als de orkestleden hadden moeite met de ongewone ritmische accenten en de vele maatwisselingen. Voor sommige instrumenten had Stravinsky de partituur in een ongebruikelijk register geschreven, waardoor sommige zelfs praktisch onherkenbaar waren. Het duidelijkst is dat bij de fagotsolo waar het stuk mee opent. Zelfs kenners van de fagot dachten dat het een klarinet was. Muzikaal dus vernieuwend in velerlei opzicht. Dat gold zeker ook voor het door de legendarische Russische balletdanser Vaslav Nijinsky gechoreografeerde ballet.

De première veroorzaakte in 1913 een enorme rel. De toeschouwers overstemden de atonale, dissonante en ongebruikelijk ritmische compositie die Stravinsky voor de choreografie maakte. Het orkest kon niet verder spelen en de voorstelling moest worden onderbroken.

Wat is het Le Sacre du Printemps van 2019? Wat is nu het monument dat we nog niet zien. Welke vernieuwing van nu wordt verworpen als extreem, vreemd of niet passend? En zal blijken over 100 jaar een innovatie van de eerste orde te zijn geweest. Het is altijd spannend dit onszelf af te vragen en het heden door de bril van straks te beschouwen. De tijdmachine van Professor Barabas is nog niet zó doorontwikkeld dat we vooruit in de tijd kunnen reizen om het beeld van nu te ontdekken.

The Bodmer Oak

Monet, C. (1865). The Bodmer Oak, Fontainebleau Forest [Oil on canvas]. New York City: The Metropolitan Museum of Art.

It is painted by impressionist Claude Monet (1840–1926) in the year 1865. According to Plant Curator there is a strong possibility this tree is of the species Quercus petraea (Mattuschka) Lieblein (Sessile Oak, Chêne sessile, Wintereik, Traubeneiche), an emblematic tree of the French forest.

The Bodmer Oak was named after Swiss artist Karl Bodmer (1809–1893), who exhibited his painting of a tree in the heart of Fontainebleau Forest, La Forêt en Hiver, 15 years earlier at the Salon of 1850. The painting of Monet is in the collection of The Metropolitan Museum of Art, New York City.

Monet used bright yellows, greens, and oranges to depict sunlight filtering through the canopy of branches. The carpet of russet leaves signals that he painted this view just before he concluded a months-long visit to Fontainebleau in October 1865 (Source: MetMuseum.org).

What makes this painting so special that it feels you are actually standing in the middle of the forest, at the same level as the tree, at the same spot within the wide forest. It connects you to the tree. It is a great feeling. As if you feel being part of something far more bigger than you. Go into the forest and try it. It is a form of Shinrin-Yoku: The Art and Science of Forest Bathing. Claude Monet painted this feeling in the Bodmer Oak.

De goede voorouder

Lange termijn denken voor een korte termijn wereld
Onder alle grote problemen waar de wereld mee worstelt, ligt één kraakheldere oorzaak: we denken alleen aan de korte termijn. In dit urgente en praktische filosofieboek De goede voorouder breekt bestsellerauteur Roman Krznaric het debat hierover open. Hij beschrijft de geschiedenis van dit kortetermijndenken en schetst hoe we verder kunnen kijken dan onze eigen generatie lang is. Krznaric beschrijft een nieuwe manier.

De grote problemen van onze tijd gaan allemaal terug op één ding: we denken alleen aan de korte termijn. Dat denken koloniseert de toekomst. Je ziet het in het bedrijfsleven, de politiek en het persoonlijk leven. Zo ontstaat steeds meer ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen en nemen existentiële dreigingen toe. We staan aan de rand van de afgrond.

Toch is er hoop, volgens Roman Krznaric. Om goede voorouders te worden moeten we onder meer onze economie en politiek radicaal omvormen – een enorme opgave. Maar onder die ambitieuze doelen ligt iets wat we zelf kunnen doen: onze kortzichtigheid inruilen voor langetermijndenken. Krznaric onthult zes praktische manieren om onze hersenen hierin bij te scholen. Dan verschuiven we de loyaliteit van onze eigen generatie naar de hele mensheid, en kunnen we onze planeet en onze toekomst redden. De belangrijkste vraag die we onszelf moeten stellen is: ‘Zijn we een goede voorouder?’.

De originele editie The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World vind je terug op de website van de auteur en bevat achtergrondinformatie, indexes en videomateriaal.

Bibliografie
Krznaric, R. (2020) The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World. New York: The Experiment. Link

Krznaric, R. (2021) De goede voorouder: Lange termijn denken voor een korte termijn wereld. Utrecht: VBK Media | Uitgeverij Ten Have. Link

De Oriënt Express

Poster van de Oriënt-Express 1888.

Het verhaal van de Oriënt Express*. Zij kan dienen als een krachtige beeldspraak voor de nieuwe architectuur van publiek risicomanagement, zeker als het gaat om het ontwerp, de inrichting en het management van majeure vraagstukken.

Het concept blinkt uit in eenvoud en verbinding. Het is een all-in one: trein, reis, prijs én tracé. Bovendien met unique selling points: “Service Rapide,  Sans Changement de Voitures et Sans Passeport entre…”

Het is mijn gedachte: elk van de grote opgaven die begin 2021 voor ons liggen te gaan beschouwen als een Oriënt Express is de idee. De eerste trein reed in 1883 tussen London en Istanboel en was het initiatief van een ingenieur George Nagelmackers. Een baanbrekend concept, dat nu ook van toepassing kan zijn voor de lange reizen.

Hij had er de Nobelprijs voor Governance voor kunnen krijgen, maar die bestond toen nog niet. In het versnipperd Europa met staatjes en koninkrijken was elke kilometer van dat traject uit-onderhandeld met overheden, grondeigenaren, treinmaatschappijen, banken, beleggers en particuliere bedrijven.

Dat éne treinkaartje was administratief opgeknipt met toeslagen, verrekeningen en verdienmodellen voor elke kilometer. Een halve kapel vol met contracten, financieringsconstructen en overeenkomsten was nodig om deze reis mogelijk te maken.  Ook de locomotieven, de stations die aangedaan moesten worden, de diversiteit aan spoorbreedtes, landschappen, bergen, rivieren en dalen en de te verwachten weersomstandigheden.

Welnu in 2021 stappen wij opnieuw op. Een reis tussen nu (fossiele energie) naar 2050 (duurzame energie). Een reis van een generatie. Op weg naar een leefbare wereld voor mijn kleinkinderen Sam, Sebas en Equoia. Zo concreet en simpel is het. Ik heb mijn eerste Legotrein al gekocht, om te oefenen… met hen natuurlijk…

Wie wordt de nieuwe George Nagelmackers van de Energietransitie of van de Circulaire Economie? Allemaal en tegelijkertijd verkennen, sleuren, sleutelen, bouwen en onderhandelen kan niet. Coördinatie is nodig. 

In het concept van de Oriënt Express liggen de verbindingen naar de nieuwe zo gewenste systeemsturing besloten. Het herbergt de contouren van een nieuwe aanpak.

*Deel afscheidslezing te Breda op 19 maart 2021 door Jack Kruf.

Aspen Green

Pantone® 17-0215 TPG Aspen Green.

Kleuren doen ertoe. Zij adresseren onze diepste gevoelens. Wij associëren met kleuren waar wij ons goed bij voelen, privé, zakelijk en publiek. In tijden van grote teruggang in onze natuurlijke bosecosystemen, verraadt de keuze voor deze kleur groen eigenlijk onze diepste verlangens. De associatie van een oergevoel en een verlangen te leven in en met de bossen in een natuurlijke balans.

Deze kleur groen komt uit het bos, van de Noord-Amerikaanse Aspen (Populus tremuloides L.), nauwe familie van de Europese ratelpopulier (Populus tremble L.). De kleur is gevangen en gecureerd door Pantone®. De Aspen Green kleur Pantone® 17-0215 TPG inspireert ontwerpers. KIA besloot deze te gebruiken in de interieurs van hun auto’s.

KIA car image with color Pantone® 17-0215 TPG as ‘Peaceful forest’.

Marketeer Daniel Swanick over de uitleg gerelateerd aan automaker KIA die de kleur toepast in haar interieurs: “Green is the colour of balance and growth. Yet, it can mean both self-reliance as a positive and possessiveness as a negative. The name of the brand for the car maker is Peaceful forest, inspired by, well, the forest. In a forest full of greenery, we experience a recharging of the body’s lost balance and energy.”

 

2.3 Triljoen $ voor herbouw en hervorming

Kruf, J.P (2009). Windmolens Auvergnepolder, Halsteren.

President Biden presenteerde gisteren het deel infrastructuur van het Build Back Better Recovery Plan. Aanleg van 32000 kilometer aan wegen en 10.000 bruggen met tegelijkertijd investeren in klimaatverandering en rassenongelijkheid. Wel met forse belastingverhogingen voor bedrijven en grootverdieners. Een revolutionair plan voorwaarts.

Een investering van zo’n 6000 euro per inwoner. Dat plaatst het in perspectief met bijvoorbeeld privé-investeringen die burgers doen. Omgebouwd naar Nederland een investering van 103 miljard. Komt het nieuwe kabinet hieraan toe, nu zij in het drijfzand van de Coronacrisis en vooral in haar eigen ontstaan wordt belemmerd door procesfouten in de formatie? De wereld draait verder. Biden versnelt. Mooi.

Biden: “To create the most resilient, innovative economy in the world. It is not a plan that tinkers around the edges. It is a once-in-a-generation investment in America.”. Hij wil laten zien dat de overheid van een democratisch land dingen kan doen die het private domein en civic society niet kunnen. Reagan zei ooit bij zijn inauguratie: “government is not the solution to our problems, government is the problem.” Biden lijkt hierop aan te sluiten.

Het woord resilience valt eigenlijk op twee manieren. Enerzijds in het wapenen van de nieuwe infrastructuur tegen de komende weersveranderingen, anderzijds in de ombouw van de industrie en het wagenpark naar schone energie om veranderingen te remmen. Twee verschillende interpretaties van resilience. Ook de ombouw van fossiel naar nieuw met vele technische reparaties in de ‘oude’ industrie (lekkage, sluiting koolmijnen, afbouw vervuilende processen) en sociale plannen zijn ingebouwd.

Maar het moeten nog worden goedgekeurd in het politiek bestel. Dat wordt een interessant en belangrijk debat, zoveel wordt al duidelijk met de geheel andersdenkende Republikeinen.

“Ik geloof het niet”

“Ik geloof het niet”, zei heer Ollie zorgelijk. “Het is jullie eigen schuld bedoel ik. Ik geloof dat jullie er alleen uit kunnen komen als je het bos met rust wilt laten. Dat geloof ik.” – Marten Toonder (1971) De Kwinkslagen.

Dit in het hoofd en dan vandaag 2021 Must Be a Turning Point for Forests. 2020 Data Shows Us Why door het vandaag gepubliceerde World Resources Institute. Meer dan 12 miljoen hectare in de tropen ging verloren in 2020, volgens University of Maryland. Vooral alarmerend, het bevat 4.2 miljoen hectare van ongerept oorspronkelijk tropisch regenwoud, een gebied zo groot als Zwitserland of Nederland. Het verlies betekent een verdere verdieping van de crisis voor met name klimaatstabiliteit en bescherming van de biodiversiteit.

Het kraakt en het piept

In de historie van Nederland is dit toch een bijzonder moment. Wij, rijk land, staan er financieel helemaal niet zo goed voor. Gemeenten raken in de problemen. De redenen zijn ook indrukwekkend. Kern: overheden schuiven elkaar taken toe en brengen elkaar daarmee financieel in de problemen. Die ene overheid is een fictie, zo blijkt.

De multi-level governance, ooit geïntroduceerd als het ei van Columbus, is niet werkend. Vanuit mijn internationale contacten weet ik, dat het naar ‘beneden’ duwen van bezuinigingen van regeringen naar gemeenten een patroon is dat in heel Europa voorkomt en de laatste 20 jaar gebruik is geworden.

Het rapport van BMC voor VNG spreekt boekdelen. De genoemde fysieke risico’s voor de nabije toekomst echoën die van het Global Risks Report 2021 en maken dat zij dichtbij komen:

  • Nationale belangen onvoldoende geborgd in lokaal ruimtelijk beleid.
  • Schadelijke gevolgen voor mens, dier en plant als gevolg van (slechte) luchtkwaliteit, calamiteiten, verkeers(on)veiligheid.
  • Toenemende bezuinigingen door verminderd gevoel van eigenaarschap door afstand.
  • Bijdrage Klimaatakkoord (CO2-doelstellingen e.d.) niet gerealiseerd.
  • Vertraagde planvorming, onvoldoende afgestemd.
  • Oplopende kosten voor inzet van kennis (te weinig gedeeld).
  • Afnemend draagvlak voor besluiten.
  • Afnemende ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid stedelijk en landelijk gebied.
  • Woningbouwdoelstelling niet gerealiseerd en lange wachtlijsten huurwoningen.
  • Dienstverlenende rol (vergunningverlening) onder druk (snelheid en kwaliteit).
  • Afnemend draagvlak voor besluiten.

Deze beelden herhalen zich al jaren en het wiel draait dieper en dieper in het zand. De politiek lijkt maar te willen blijven stapelen en raakt meer en meer losgezongen van een werkelijkheid die realiseerbaar en haalbaar is, qua capaciteit, kennis, mensen en financiën.

Omdat wij in een democratisch bestel leven is het dus de hoogste tijd om bestuurders te kiezen die oog hebben voor realiteitszin en vooral beschikken over organiserend vermogen. De som van onze overheden komt meer en meer in de problemen, en wij weten, dat leidt tot ontwrichting. Lees het rapport.

Een les van Cézanne

Cézanne, P. (1898-1999) Intérieur de Forêt [Oil on canvas]. San Francisco: Fine Arts Museums of San Francisco.

Een blik op het interieur van een organisatie kan inzicht geven hoe zij er echt bijstaat. Zij dient in overheidsland de democratische principes van transparantie, rechtmatigheid, verantwoording en aansprakelijkheid richting de burger. Zij kan ex ante zijn, maar ook ex post als gelijk welk bestuur verantwoording aflegt aan haar burgers of klanten in bijvoorbeeld een jaarverslag. Het is een vak omdat je moet weten welke indicator iets zegt over wat. Het oog moet precies zijn, de kennis voor uitleg en interpretatie aanwezig.

Een voorbeeld van een voortreffelijke blik op een interieur, in dit geval van een bos in het Parc du Château Noir in de provincie Aix-en-Provence door Paul Cézanne – onderweg tussen impressionisme en kubisme. Het kan dienen als illustratie hoe essentieel en verfijnd die blik kan zijn.

Dit schilderij is één van de meesterwerken hier gemaakt. De serie wordt wereldwijd geroemd om haar precisie in sfeer, atmosfeer en kleurstelling. Het zijn als ware transecten, doorsneden, die ons vertellen in welke fase het bos zich bevindt, hoe oud het bos is, hoe haar structuur, welke boomsoorten er groeien en hoe de groeiomstandigheden zijn.

Kan het een inspiratie zijn om voortaan (naast een woordenpalet) een kleurenpalet toe te voegen aan elk jaarverslag? Met één blik het interieur vangen. Indien zo, laat dan Cézanne dé inspirators zijn, de meester van de diagnose.

De boom en het rizoom

Dit essay De boom en het rizoom handelt over een zoektocht naar het begrip van het eigen systeem van menselijk handelen. Samenleving enerzijds, overheid anderzijds, hun werking en rollen worden bekeken en als het ware ‘afgetast’ in het licht van onderdelen van het natuurlijke ecosysteem. Het gekozen vertrekpunt wordt daarbij gedaan dat de samenleving een rizoom is en de bureaucratie een boom.

Van der Steen et al. (2010, p. 3): “Een toenemend aantal problemen en vraagstukken waarvoor de overheid zich geplaatst ziet – of verantwoordelijk wordt gehouden – heeft het karakter van een ‘netwerkprobleem’: een groot aantal partijen is betrokken, met uiteenlopende waarden, visies en belangen, met een fragmentatie van macht en verantwoordelijkheid, zonder dat er één actor is die eigenstandig tot een oplossende interventie kan komen…

Van het openbaar bestuur, en van bestuurders, wordt verwacht dat zij er in slagen om op complexe dossiers voortgang te boeken en tot succesvolle interventie komen. De vraag is dan hoe, gegeven de complexiteit van de problematiek, overheidsorganisaties toch tot ‘beleidsrealisatie’ kunnen komen…

De zoektocht in dit essay is er vervolgens op gericht om sturingsprincipes te formuleren die wel passen in het contingentieprincipe en om daarbij ook weer te geven hoe dat organisatorisch in structuren en competenties invulling kan krijgen. Dat is temeer relevant, omdat wij tevens betogen dat het merendeel van de werkelijk knellende problematiek zich in dit deel van de samenleving bevindt: de meest urgente en knellende problemen zijn netwerkproblemen. De meest belangrijke en noodzakelijke sturing is netwerksturing.”

Op pagina 10 formuleren de auteurs: “Een rizoom is in letterlijke zin een veelal horizontaal vertakte wortelstructuur, die niet te herleiden is tot één hoofdtak of tot één plant aan de oppervlakte, maar bestaat uit ondergronds voortwoekerende worteltakken waartussen steeds nieuwe verbindingen kunnen ontstaan”, op pagina 11 gevolgd door: “Als we de samenleving voorstellen als een rizoom, begrijpen we hoe lastig het is voor overheden om samenlevingen te sturen of te ontwerpen. Ook begrijpen we dat een samenleving als een rizoom in staat is allerlei spontane verbindingen tot stand te brengen – aan de ene kant mooie innovaties op de arbeidsmarkt, maar aan de andere kant ook minder aangename ontwikkelingen zoals cybercrime of hedendaags terrorisme. Een samenleving is niet ontworpen, is geen organisatie, is niet logisch opgebouwd, is geen orgaan.”

Het essay is in mijn ogen, ik spreek als Wagenings bosecoloog, een vorm van beeldspraak die helpt om de complexiteit van de samenleving te beseffen, maar waarbij van vanuit principieel ecologisch oogpunt, met andere woorden vanuit het perspectief van het natuurlijk ecosysteem zelve de onderbouwing van de aannames van die beeldspraak wordt gemist. Met andere woorden, beschouwd vanuit de fundamentele wetenschap van de bosecologie, wellicht ook vanuit de trotse ‘persona’ van het bos zelve, is de onderbouwing van de gebruikte metaforen boom en rizoom een zaak voor nadere studie.

Interessant, dat moet gezegd, in dit betoog zijn de door de auteurs zelf gedefinieerde en geciteerde metaforen en daarbij gelegde associaties, met name omdat de verbinding met de natuur wordt gezocht als verklaring waarom zaken in de (openbare) besturing van de samenleving lopen zoals zij lopen.

Deze publicatie is één van die schaarse maar memorabele momenten in mijn ogen, waarin de bestuurskunde eindelijk lijkt terug te willen keren op het nest van waaruit zij ooit is uitgevlogen – op zoek naar vragen die zij maar niet beantwoord krijgt in de zoektocht naar de Heilige Graal van goed bestuur -, namelijk dat van de ecologie, van de wereld van Charles Darwin, Alexander von Humboldt, John Muir, Roelof Oldeman en Edward Wilson. De vraag evenwel is óf zij en, indien ja, onder andere welke condities en aannames de bestuurskunde wordt toegelaten. Dat wordt toch spannend, omdat zij op onderdelen vervreemd is geraakt van het ecosystemisch aspect van openbare besturing. Het essay illustreert de eerste tekenen van inzichten en verlangens hiertoe. Dat is mooi.

Dit voortreffelijke en frisse essay ademt impliciet het verlangen uit om terug te willen keren op het nest van haar moederwetenschap, de ecologie, op zoek naar antwoorden. Ik weet niet of de auteurs zich hiervan bewust zijn. Dat geeft ook niet. Het essay opent in elk geval nieuwe deuren voor onderzoek om te begrijpen wie wij zijn en waartoe wij op aarde zijn.

Bibliografie
Steen, M. van der, Peeters, R. en Twist, M. van (2010) Overheidssturing in een Netwerksamenleving. Den Haag: Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Inside Views

104 Tokyo, ©Floriane de Lassée (2008). From her book ‘Inside Views‘.

This book Inside Views is noteworthy. It is an art impression and expression at the same time. A superb series of photographs – (with light written) night-scapes – by Floriane de Lassée. What this series makes so special is that she shows us how the personal living world of people seems to be connected and disconnected at the same time with the system world of the larger city. In fact, every photo catches two separate worlds in one single shot. Quite an achievement. Not only that: it is art. It is published by Nazraeii Press.

From public governance and city management perspective it is obvious that knowledge of habitats in the city and their layering is crucial in taking the right decisions in city architecture and planning. To connect the individual and personal habitat from the bottom of the ecosystem city with the top, being the larger habitat of the city, is the true challenge for every public leader. It is about the true understanding what city resilience actually is and how it ‘works’. The lockdown related to Coronavirus shows us how relevant this knowledge is, more than ever. It is the constraint to build trust of citizens in city leadership. And is not solitude what actually has to be managed? De Lassée guides us.

In the high insomnia megalopolis, splashed by stunning lights like so many islands of solitude, a heart beats, fragile, human… I do not photograph cities, but an imaginary City
that inhabits each megalopolis. It is the product of the Man’s excesses, his genius, his madness. The City exceeds the overflow. She is about to devour us.”

FLORIANE DE LASSÉE

During her time in New York, while studying at the International Center of Photography, New York, Floriane de Lassée began to explore the built environment and to document the cityscape at night. Post-graduation, as her career took off, de Lassée built on this early work, photographing night scenes in New York, Tokyo and Shanghai.

A selection of these photographs was brought together for the artist’s exhibition Night Views; featured at the Arles Photography Festival in 2006. Inside Views, de Lassee’s first monograph comprises 42 of the artist’s most powerful night cityscapes to date, and serves not only as a broader introduction of the work for which she is already known in Europe, but also as a bridge between her earliest work in the series, and the transformations it is currently undergoing.

Floriane de Lassée is an original force in contemporary photography. Inside Views is a stunning monograph.

Bibliography

Lassée, Florianne de (2008) Inside Views. Paso Robles: Nazraeli Press.

Wikipedia, ‘Floriane de Lassée’. https://fr.wikipedia.org/wiki/Floriane_de_Lassée

Integrale Circulaire Economie Rapportage 2021

De Nederlandse regering wil in 2050 een volledig circulaire economie hebben bereikt. Monitoring van de voortgang van deze transitie is gewenst. Dit rapport ICER 2021 is een belangrijke mijlpaal in dit proces. Welke interventies heeft de overheid in Nederland gedaan om de transitie naar een circulaire economie op gang te brengen en te versnellen? Wat zijn de acties van maatschappelijke partijen?

Interventies en acties vormen samen de transitie-indicatoren, die een beeld geven van de mate waarin en de manier waarop bedrijven, consumenten en overheden voorsorteren op een circulaire economie. Zij worden beschreven in dit rapport, dat onder supervisie van dr. Frank J. Dietz* van het Planbureau voor de Leefomgeving tot stand is gekomen. In hoofdstuk 4 wordt de voortgang aan de hand van een achttal sleutelprocessen (p.134) behandeld:

  • Ondernemerschap (experimenteren en opschalen van innovaties).
  • Kennisontwikkeling.
  • Kennisuitwisseling.
  • Richting geven aan het zoekproces (doelen en oplossingen);
  • Creatie van markten.
  • Mobilisatie van middelen.
  • Doorbreking van weerstand (legitimiteit en veranderdruk op gevestigd systeem).
  • Coördinatie van bundel van veranderprocessen in transitie.

Op p.129 worden de hoofdboodschappen begin 2021 gerapporteerd (verkort). Het blijkt dat wij aan het begin staan en dat veel op vrijwillige basis en met soft controls verloopt:

  • De transitie naar een circulaire economie staat bij veel maatschappelijke partijen op de agenda. De voortgang van de transitie is onder andere zichtbaar in het toenemende aantal ‘circulaire’ bedrijven, wetenschappelijke publicaties, opleidingen die aandacht besteden aan circulaire vraagstukken en financiële middelen die via ondersteunende instrumenten van de Rijksoverheid zijn gebruikt voor circulaire activiteiten.
  • Ondanks de voortgang, bevindt de transitie zich nog in een aanvangsfase. Het aandeel circulaire bedrijven in Nederland is met zo’n 6 procent nog beperkt. Hiernaast functioneert het merendeel van de huidige economie nog volgens lineaire principes. Van de implementatie van circulair ontwerp of circulaire businessmodellen is nog nauwelijks sprake.
  • Zonder aanvullende acties blijft recycling de dominante richting in de transitie naar een circulaire economie. Recycling is onmisbaar in een circulaire economie. De grootste milieuwinst wordt echter verwacht van strategieën die zich richten op het verminderen van het totale grondstoffengebruik (narrowing the loop) en het verlengen van de levensduur van producten en onderdelen (slowing the loop). Deze strategieën krijgen tot op heden nauwelijks aandacht.
  • De transitie naar een circulaire economie gaat niet alleen over nieuwe technologieën, maar ook over andere spelregels (instituties), ander gedrag, nieuwe producten, diensten, kennis en alternatieve businessmodellen. Deze elementen krijgen nog weinig aandacht. De opschaling van circulaire activiteiten kent diverse belemmeringen.
  • Het realiseren van de transitie is een belangrijk doel van het kabinetsbeleid. Dit vergt inspanningen van overheden, producenten, consumenten, ngo’s, wetenschappers en bestuurders. Een transitie is immers niet door enkel de overheid te sturen en te realiseren.

Als het om risico gaat wordt met name genoemd (de bronvermeldingen in het rapport zijn hier weggelaten):

  • Leveringsrisico, zijnde het risico om niet te kunnen beschikken over een grondstof voor een economie of een bedrijf. Beperkte beschikbaarheid van kritieke materialen betekent een risico voor de economie en de levensstandaard in importerende landen.
  • Het risico op prijsvolatiliteit.
  • Indien de sortering, reparatie of het recyclen van deze producten niet op een veilige manier gebeurt, is het risico op ernstige vervuiling en gezondheidsschade hoog.
  • Financiers zien een risicoverhoging ten opzichte van het traditionele verkoopmodel, door bestaande accountingregels die product-als-een-dienst-bedrijven belemmeren als hun omvangrijke activa op de balans (bijvoorbeeld de wasmachines die worden verhuurd) staan en trage cashflow (huuropbrengst) veroorzaken. Deze bedrijven scoren slecht op kredietwaardigheid (solvabiliteit) binnen de huidige rekenmethode. Ze hebben relatief veel producten als werkvoorraad nodig, wat een relatief grote initiële investering vergt. De resulterende langere terugverdientijd wordt in de regel als risico verhogend gekwalificeerd door kredietverstrekkers.
  • Vergunningverleners en handhavers gebruiken echter routines bij het inschatten van risico’s om zo op een efficiënte manier aanvragen af te handelen. Deze routines zijn veelal risicomijdend, zelfs als wetten en normen ruimte voor verandering of experimenten bieden. Bovendien durven vergunningverleners uit angst voor juridische consequenties vaak niet af te wijken van een strikte interpretatie van wetten en regels. Nieuwe circulaire productieprocessen kunnen hierdoor worden gehinderd.
  • Risicoverkenning in relatie met energietransitie is van belang, omdat zij nauw verbonden is met circulaire economie.De energietransitie in Nederland leidt naar verwachting tot nieuwe leveringsrisico’s. De energietransitie vergt namelijk een niet eerder vertoonde versnelling van de jaarlijkse productiegroei van veel grondstoffen, hetgeen tot leveringsrisico’s leidt. Anderzijds is de koppeling van de verbranding van afval met de energievoorziening zoals warmtenetten is een risico voor de transitie naar een circulaire economie. Daarin wordt thans fors geïnvesteerd. Deze koppeling herbergt een risico op een ‘lock in’. De energievoorziening wordt dan namelijk afhankelijk van het verbranden van voldoende afval waardoor een prikkel ontstaat om voldoende afval te kunnen verbranden in plaats van afval te beperken en nuttige materialen daarin via recycling een volgend leven te geven.
  • De verschuiving van de verwerking van afval uit hoge-inkomenslanden naar lagelonenlanden met lagere milieustandaarden vergroot het risico op het ontstaan van pollution havens. Omdat de exportketens van afval niet transparant zijn, is er geen duidelijk beeld van hoe het geëxporteerde afval daadwerkelijk verwerkt wordt, of wat daarbij het risico op negatieve milieueffecten is en welk waardeverlies dit met zich meebrengt.
  • (Verdere) negatieve effecten kunnen optreden in het verleggen van productieketens, vooral bij armste deel van de wereldbevolking met het risico op sociale misstanden en op schendingen van arbeidsrechten (onder meer kinderarbeid). Ook lokale milieueffecten kunnen groot zijn.
  • Een duurzaamheidskader is nodig. Welke stof is duurzaam onder welk criterium van productie of als onderdeel van een product. Er is hier tevens het risico op overexploitatie, waardoor de voorraad aan biogrondstoffen niet kan worden hersteld en het risico op uitputting ontstaat. Dit vergt dat de biogrondstoffen op een duurzame manier worden geteeld, de bodemvruchtbaarheid op peil blijft en de nutriëntenkringlopen worden gesloten. Het Nederlandse bedrijfsleven zet stappen, maar nog lang niet alle risico’s zijn aangepakt.
  • De verspreiding van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) wordt nog onvoldoende beheerst en brengt onvoorziene risico’s met zich mee. Bij hergebruik en recycling kunnen ZZS vrijkomen of zich ophopen in producten. Dat kunnen ook verboden stoffen zijn die nog in oudere producten verwerkt zitten. Ook kunnen nieuwe risico’s ontstaan door toepassing van nieuwe stofcombinaties. Dit vraagt om meer kennis over de daaraan verbonden risico’s.
  • De afhankelijkheid van de import van kritieke metalen vormt een risico voor de Nederlandse economie en de levensstandaard. Bij de winning van een aantal kritieke materialen zijn enkele landen dominant, waardoor het risico bestaat op monopolistisch gedrag.

Op p. 198 wordt het woord governance voor het eerst opgevoerd: “Om in de volgende fase van de transitie afspraken te maken over te bereiken doelen en te ondernemen acties, is een duidelijke rolverdeling van belang tussen de verschillende betrokken partijen. Het scheppen van meer helderheid over de verantwoordelijkheden van de verschillende stakeholders en het gesprek hierover is dan ook een belangrijk onderdeel van de versterking van de governance van de transitie naar een circulaire economie”.

Een integrale risico-analyse op het realiseren van een circulaire economie ontbreekt, maar de beschreven bouwstenen geven een eerste duiding. Het wordt een spannend proces, dat gezien de gestelde doelen, meer systemische ingrepen van met name de overheid doet verwachten. Zoveel wordt duidelijk uit dit rapport, dat bestuurders en publieke leiders er wijs aan doen dit rapport te lezen en de grote waarde ervan te laten doordringen in te nemen besluiten. Immers ‘regeren is vooruitzien’. Het is een waardevol rapport en qua integraliteit en transdisciplinariteit de eerste in zijn soort. Vakwerk.

*Dr. Frank J. Dietz gaf in oktober 2018 de 1e Professor Oldeman Lezing Duurzame Ontwikkeling en Circulaire Economie.

Through woven woods

Elvenhome © Jack Kruf

Het gevoel in mijn zoektocht naar die elementen van besturing die openbaar bestuur effectief en succesvol maken, wordt het best verwoord door Tolkien in een passage uit The Lord of the Rings.

Ik heb de afgelopen jaren vele documenten en rapporten tot mij mogen nemen. In de ronde tafels die ik heb mogen leiden en de colleges die ik heb gegeven heb ik bijzondere gesprekken met mensen vanuit het gehele publieke domein gevoerd. Ik meen ik markante patronen te herkennen in de zoektocht naar de Heilige Graal van goede besturing.

Nu ben ik in het proces van verwerking, letterlijk en figuurlijk, en ben opnieuw gaan schrijven, om de gedachten, opgedane wijsheden en de punten nader te verbinden. Alsof ik, gelijk Frodo, in het ontzagwekkende bos van Elvenhome ben beland en de veelheid en rijkdom aan geluiden en beelden over mij heen laat komen om in te laten dalen op hun essentie.

Through woven woods in Elvenhome
She lightly fled on dancing feet,
And left him lonely still to roam
In the silent forest listening.
– J.R.R. Tolkien, The Lord of the Rings.

The Art and Science of Forest-Bathing

In a time when we’re constantly swamped with never-ending to-do lists, pausing to spend time in nature and soak up the restorative power of the natural world has never been more important

Shinrin-Yoku, or forest bathing, is the practice of spending time in the forest for greater health, a strengthened immune system, happiness and a sense of calm. A pillar of Japanese culture for decades, Shinrin-Yoku will help you slow down and reconnect with nature, from walking mindfully in the woods, to a break in your local park, to simply walking barefoot on your lawn.

Bibliography
Qing Li (2018) Shinrin-Yoku: The Art and Science of Forest Bathing. London: Penguin Random House.

Too precious to lose

Vandaag, 21 maart is het de Internationale Dag van de Bossen. Thema: herstel van het bos. Op weg dus naar duurzaam beheer en onderhoud. Wij weten, dat bossen niet alleen belangrijk zijn in onze strijd tegen klimaatverandering, maar ook bijdragen aan zowel welvaart als welzijn van zowel de huidige als toekomstige generaties. Bossen dragen bij aan de verlichting van armoede en zij bieden ons tal van bronnen, producten en diensten die het bereiken van Sustainable Development Goals (SDGs) mede mogelijk maken.

Toch ondanks alle voordelen van bossen, zowel ecologisch, economisch, sociaal en qua gezondheid, gaat de wereldwijde ontbossing door in een rap en alarmerend tempo. Vandaag denken wij aan de bossen. Deze dag vieren wij het belang van alle typen van bossen. Landen worden vandaag aangemoedigd om lokaal, regionaal, nationaal en internationaal activiteiten te organiseren voor bossen en bomen gericht op behoud en waar nodig op herstel.

De kunst van samenwerken

Jack Kruf*

“Samenwerken was al de sleutel tot succes, maar met de huidige grote maatschappelijke veranderingen wordt het een strategische noodzaak, omdat ook het systeem van besturing zelf aan het veranderen is.”

De afgelopen jaren is onder mijn leiding door PRIMO Europe nauwgezet geïnvesteerd in dialoog, diagnose en didactiek om het kennisgoed op het gebied van samenwerken te beoefenen en te bevorderen. Het heeft geleid tot de ontwikkeling van een educatieprogramma voor de top van lokale en regionale publieke organisaties. Een programma waar inhoudelijke expertise, besturingskracht en organisatievermogen elkaar kunnen ontmoeten. Daarmee migreerde de vereniging van haar focus op risicomanagement naar dat van scenario-denken, co-creatie, design-denken en de architectuur van bestuur en navigatie met betrekking tot publieke waarden. Lees meer

*Een persoonlijke bijdrage in VIEWZ met als ondertitel: een strategische noodzaak in tijden van systeemverandering.