Publiek Risico: Essays


Amsterdam/Breda, 16 augustus 2020

Dit e-boek bevat een collectie van 75 essays, geschreven door publieke leiders, managers, adviseurs, experts en wetenschappers. Selectie en curatie door Eric Frank en Jack Kruf. Dank aan alle auteurs, organisaties en uitgevers voor het beschikbaar stellen van deze essays.

Een boek om uw kennis te verrijken en uw inzichten te verdiepen. Het telt 723 pagina’s lezenswaardig materiaal met betrekking tot de publieke besturing van waarden en risico’s.

Het boek bevat een caleidoscopisch overzicht en bestrijkt de periode 1995-2020. Beoogd wordt om de ontwikkeling van het vakgebied ‘publiek risicomanagement’ – als relatief nieuw vakgebied binnen het bredere perspectief van publieke (be)sturing -nader te duiden en de zoektocht naar acceptatie ervan door bestuur en management – als logische bijdrage aan resultaat en succes – in beeld te brengen.

Deze collectie wordt uitgebracht voor bestuurders, managers, adviseurs, wetenschappers, docenten en studenten. Het wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden.

Publieke Risico Essays,

Eric Frank & Jack Kruf

De beginselen van risicomanagement liggen besloten in elk ecosysteem en zijn voor wat de mens betreft zo’n 300.000 jaar oud. Elk mens heeft in zijn hersenen de vroege ontwikkelingsstadia nog opgeslagen. Om te overleven als groep of als individu. Het kwam ons voor dat deze basisprincipes voelbaar zijn in de gedachten verwoord in deze selectie van essays. Veel ervan is wezenlijk.

Nu, anno 2020, kijken wij slechts een stukje terug. Gedurende 15 jaar (periode 2006- 2020) zijn wij afwisselend verantwoordelijk geweest voor de oprichting, besturing en management van de Nederlandse tak van PRIMO, de Public Risk Management Organisation. Een mooi moment om een selectie van essays te presenteren, dat een beeld geeft van het ontstaan, de werking en de ontwikkeling van het vak risicomanagement.

Het is een persoonlijke selectie, waarbij in onze ogen de diverse invalshoeken van het vakgebied het sterkst worden geëtaleerd. Het is een selectie, waarvan wij weten dat wij mensen tekort doen, natuurlijk. Maar de keuze voor een beperkte set van essays en pagina’s dwingt om te kiezen. Het zijn 75 essays en 723 pagina’s. Gebundeld in dit e-boek.

Risicomanagement is als vak zo oud als de weg naar Rome (en eigenlijk veel ouder zoals hierboven reeds geduid), maar het startpunt voor Nederland wordt gelegd in 1995, in de aanloop naar het proces waarbij de rijksoverheid in Nederland de eerste zaadjes plantte. Niet echt voor zichzelf, nee niet echt, maar om een construct te bedenken waarbij zij taken kon decentraliseren naar lagere overheden en vervolgens om toezicht op de uitoefening af te dwingen. Afstoten dus en erop toezien dat het goed gaat. Een bijzondere reden dus, die niet zozeer de publieke zaak vooropstelt maar eerder het mechanisme van controle. Dat is het eerste dat opvalt. 25 jaar risicomanagement.

De selectie van artikelen geeft de duiding van deze aanpak weer, laat ook zien dat vele experts en wetenschappers er veel nieuwe ideeën op hebben ingebracht, maar de rijksoverheid is qua standpunt en aanpak in die 25 jaar eigenlijk niet van gedachten veranderd. Er is eigenlijk de paragraaf weerstandsvermogen als enig echte kader. Daar wordt weliswaar wettelijk aan voldaan, maar veel gemeenten passen het nauwelijks toe als echt sturingsinstrument.

Wat opvalt is ook dat de gemeenten, provincies en waterschappen eigenlijk in het geheel nog niet georganiseerd zijn op dit punt, ook niet na 25 jaar. Iedereen werkt met een eigen aanpak, met eigen raamwerken, modellen, adviseurs en zelfs eigen wetenschappers. Er is nauwelijks sprake van een corporate kader waarmee door gemeenten, provincies en waterschappen wordt gewerkt.

Pas 25 jaar nadat het rijk de beslissing nam om zo te gaan werken, tonen de koepelorganisaties, zij het mondjesmaat – incidenteel, op projectbasis en meestal facilitair – een teken van leven op dit punt. Dat is merkbaar in de selectie. Essays hiervan ontbreken. De essays komen met name van enkele front runners in het publieke domein, wetenschappers of extern adviseurs.

Eigenlijk, concluderen wij, is er na 25 jaar weinig nieuws onder de zon. Veel boeken, artikelen, software, debatten, diversificatie en eigen winkels, maar in de kern draait alles nog steeds om dat ene principe van toezicht. De enige echte beleidslijn in al die jaren is het weerstandsvermogen. Er zijn gelukkig pogingen van experts om corporate risk governance op een hoger planniveau te krijgen. Een zoektocht van het openbaar bestuur zelve kent een zeer matig resultaat. Risicomanagement is niet geland, het is voor veel bestuurders en topmanagers een fremdkörper. Het is geen sturingsinstrument geworden om scherp aan de wind te zeilen, te innoveren, vooruit te zien. Het is een moetje, ja soms zelfs een wassen neus.

Risicomanagement is nog steeds een duwmodel, eigenlijk een ongewenst kindje van de overheid, waarin adviseurs en commerciële partijen natuurlijk voor een frisse wind hebben gezorgd, maar ook waarin zij met bijzondere ideeën, benaderingen en modellen kwamen aanzetten. En vooral de diversiteit aan begripsduiding en -uitleg is enorm. Het lijkt een vervuild begrip geworden, een container. Dit zorgt voor grote verwarring en hap-snap business. Daar wringt hem de schoen met betrekking tot publiek risicomanagement. Het speelveld is verdeeld en er is geen eenduidige taal.

Onze selectie van artikelen is een oproep om de handschoen nu echt eens op te pakken en voorliggende rijkdom aan kennis en ideeën opnieuw te wegen, te benutten en vooral aan de slag te gaan. Bestuur en topmanagement zijn daarbij aan zet. Daarvoor is wel gezag nodig en vooral draagvlak en consistentie vanuit de top van de ministeries.

Na 25 jaar zijn wij nog steeds een beetje waar wij 25 jaar geleden waren: de meeste bestuurders en topmanagers voelen er helemaal niets voor om dit vak professioneel te adopteren. Hun uitleg is dat het negatief is, remmend, niet motiverend, mijdend. Natuurlijk is dit onzin, maar goed de beleving is soms sterker dan de werkelijkheid. De kern van het vak wordt willens en wetens niet begrepen. Er is werk aan de winkel, veel, jawel heel veel. Deze selectie bevat daarvoor de ingrediënten.

Voor u ligt een reis van meer dan 25 jaar, die ook laat zien dat goede ideeën zijn gelanceerd en dat vele pogingen zijn ondernomen om het vak te verbreden en om het volwassen te laten worden. Een deel daarvan is in onze ogen het waard om gedeeld te worden en verdient om op de tekentafel te brengen bij de doorontwikkeling van het vak. Wij wensen u leesplezier én inspiratie.

Download

The Lonely City: Adventures in the art of being alone.

What does it mean to be lonely? How do we live, if we’re not intimately engaged with another human being? How do we connect with other people? Does technology draw us closer together or trap us behind screens?

“Loneliness, I began to realise, was a populated place: a city in itself. And when one inhabits a city, even a city as rigorously and logically constructed as Manhattan, one starts by getting lost”

When Olivia Laing moved to New York City in her mid-thirties, she found herself inhabiting loneliness on a daily basis. Fascinated by this most shameful of experiences, she began to explore the lonely city by way of art. Moving fluidly between works and lives – from Hopper’s Nighthawks to Warhol’s Time Capsules, from Henry Darger’s hoarding to David Wojnarowicz’s AIDS activism – Laing conducts an electric, dazzling investigation into what it means to be alone.

“Loneliness is personal, and it is also political. Loneliness is collective; it is a city. As to how to inhabit it, there are no rules and nor is there any need to feel shame, only to remember that the pursuit of individual happiness does not trump or excuse our obligations to each another. We are in this together, this accumulation of scars, this world of objects, this physical and temporary heaven that so often takes on the countenance of hell. What matters is kindness; what matters is solidarity. What matters is staying alert, staying open, because if we know anything from what has gone before us, it is that the time for feeling will not last.” 

About the feeling many of us will know or recognise, that of being the individual, the citizen or the inhabitant, and seeking connection with the city, with that larger Ecosystem City®, Laing formulates precise:

“Imagine standing by a window at night, on the sixth or seventeenth or forty-third floor of a building. The city reveals itself as a set of cells, a hundred thousand windows, some darkened and some flooded with green or white or golden light. Inside, strangers swim to and fro, attending to the business of their private hours. You can see them, but you can’t reach them, and so this commonplace urban phenomenon, available in any city of the world on any night, conveys to even the most social a tremor of loneliness, its uneasy combination of separation and exposure.”

Humane, provocative and moving, The Lonely City is a celebration of a strange and lovely state, adrift from the larger continent of human experience, but intrinsic to the very act of being alive. Read more at Canongate Books.

Bibliography

Laing, Olivia (2016) The Lonely City: Adventures in the heart of being alone. Edinburgh: Canongate Books Ltd.

Rise of the DEO: Leadership by design

Cover picture Rise of the DEO.

This book puts leadership in the context, recognized within public governance challenges. The DEO – Design Executive Officer – as described by Giudice and Ireland has many connections with that of mayors, aldermen and city managers who constantly act on the edge of design and dynamics. Design can be considered as a core competence. This book is in this context a complete breath of fresh air and brings recognisable new perspectives on leadership. Public leaders could be inspired by this book.

“This book identifies and explores the qualities of a new breed of leaders. The book lays out–graphically and through example–how DEO’s run their companies and why this approach makes sense today. We help readers identify skills in themselves and their colleagues, and we guide them in using these skills to build, revive, or reinvent the next generation of great companies and organizations. Leaders who understand the transformative power of design and embrace its traits and tenets can command in times of change. We call these leaders DEO’s and they are our new heroes.”

MARIA GIUDICE AND CHRISTOPHER IRELAND.

Giudice and Ireland bring forward six characteristics of a DEO, which are brought forward many times in books of leadership but in this book placed in a new surprising context. DEO’s are:

  • Change agents: not troubled by change.
  • Socially Intelligent: high social intelligence.
  • System thinkers: systems thinkers who understand the interconnectedness of their world.
  • Intuitive: highly intuitive, either by nature or through experience.
  • Risk takers: embrace risk as an inherent part of life and a key ingredient of creativity.
  • GSD: “gets shit done.” (i.e. they make things happen).

“Businesses and governments have discovered the power of a creative mind to effect change and produce value. Experts note that CEO’s who possess a design sensibility—or trust others who do—are best suited to thrive in a changing world. Yet not until Rise of the DEO has anyone captured the true potential of a design-oriented thinker at the highest level of an organization. Maria Giudice and Christopher Ireland have written a seminal work that will transform the role of the designer and the pace of innovation. This book is a must read.”

RICHARD GREFÉ, EXECUTIVE DIRECTOR OF AIGA.

Listen to an interview with Maria Giudice by Debbie Millman. For more information, please visit riseofthedeo.com

Bibliography

Giudice, M. and C. Ireland (2013) Rise of the DEO: Leadership by Design (Voices That Matter).

Citizen and City in perspective

104 Tokyo, ©Floriane de Lassée (2008). From her book ‘Inside Views‘.

This book Inside Views is noteworthy. It is an art impression and expression at the same time. A superb series of photographs – (with light written) night-scapes – by Floriane de Lassée. What this series makes so special is that she shows us how the personal living world of people seems to be connected and disconnected at the same time with the system world of the larger city. In fact, every photo catches two separate worlds in one single shot. Quite an achievement. Not only that: it is art.

From public governance and city management perspective it is obvious that knowledge of habitats in the city and their layering is crucial in taking the right decisions in city architecture and planning. To connect the individual and personal habitat from the bottom of the ecosystem city with the top, being the larger habitat of the city, is the true challenge for every public leader. It is about the true understanding what city resilience actually is and how it ‘works’. The lockdown related to Coronavirus shows us how relevant this knowledge is, more than ever. It is the constraint to build trust of citizens in city leadership. And is not solitude what actually has to be managed? De Lassée guides us.

In the high insomnia megalopolis, splashed by stunning lights like so many islands of solitude, a heart beats, fragile, human… I do not photograph cities, but an imaginary City that inhabits each megalopolis. It is the product of the Man’s excesses, his genius, his madness. The City exceeds the overflow. She is about to devour us.”

FLORIANE DE LASSÉE

During her time in New York, while studying at the International Center of Photography, New York, Floriane de Lassée began to explore the built environment and to document the cityscape at night. Post-graduation, as her career took off, de Lassée built on this early work, photographing night scenes in New York, Tokyo and Shanghai.

A selection of these photographs was brought together for the artist’s exhibition Night Views; featured at the Arles Photography Festival in 2006. Inside Views, de Lassee’s first monograph comprises 42 of the artist’s most powerful night cityscapes to date, and serves not only as a broader introduction of the work for which she is already known in Europe, but also as a bridge between her earliest work in the series, and the transformations it is currently undergoing.

Floriane de Lassée is an original force in contemporary photography. Inside Views is a stunning monograph.

Bibliography

Lassée, Florianne de (2008) Inside Views. Paso Robles: Nazraeli Press.

Wikipedia, ‘Floriane de Lassée’. https://fr.wikipedia.org/wiki/Floriane_de_Lassée

De gave van Gauguin

Afbeelding

Paul Gaugain (1888), La Vision après le sermon. Edinburgh: National Gallery of Scotland.

Wat hebben kunstenaars en bestuurders gemeen? Op het eerste gezicht niet zoveel, althans in de meeste gevallen. Maar bij het lezen van het boek Dat kan mijn kleine zusje ook door Will Gompertz (voormalig directeur Tate Gallery), dat handelt over begrip voor moderne kunst (met als startpunt de impressionisten), blijkt toch een verrassende parallel. Wij citeren (p. 89):

“Wat hij (Paul Gauguin, red.) wél bezat – en wat  alle grote kunstenaars bezitten – was het vermogen om op een unieke manier universele ideeën en gevoelens over te brengen. Om daartoe in staat te zijn moet het talent van het individu meestal de tijd krijgen om een eigen, herkenbare stijl te ontwikkelen. Als dat eenmaal gebeurd is en de schilder zijn of haar eigen stemgeluid gevonden heeft, kan er een gesprek met de toeschouwer plaatsvinden. Er worden dan aannames mogelijk en er kan een relatie ontstaan. Gauguin bereikte dat stijlkenmerk in een opmerkelijk korte tijd, en dat bewijst zijn vakbekwaamheid en intelligentie.”

De snelle oriëntatie, het ontwikkelen van de eigen stijl, het eigen authentieke stemgeluid vormgeven zijn de gaven van Gauguin. Zij komen overeen met wat goede bestuurders in de relatief korte bestuursperioden van vier jaar ook te doen hebben. Net als hebben zij beperkte tijd om te binden met hun omstanders, burgers, bedrijven en instellingen, eigenlijk met de samenleving. Wat Gompertz hier schrijft zou hij ook geschreven kunnen hebben voor bestuurders.

Waar ligt de kern van de gave van Gauguin? Gompertz licht op p.86 een tipje van de sluier op – een deel aan de hand van La Vision après le sermon (1888), te zien op de afbeelding hierboven – wat het volgens Gauguin zelf was:

“Hij (Paul Gauguin, red.) was tot de conclusie gekomen dat het de impressionisten aan intellectueel doorzettingsvermogen ontbrak. Ze konden niet verder kijken dan de werkelijkheid zich voor hun ogen ontrolde. Hun rationalistische kijk op het leven beroofde hun schilderijen van de belangrijkste ingrediënt: verbeeldingskracht.”

Paul Gauguin is naar het oordeel van de Heren van Oranje een verrassende en inspirerende leermeester voor bestuurders en managers: verbeeldingskracht als gave en factor voor het leggen van verbindingen.

* Will Gompertz (2012), Dat kan mijn kleine zusje ook: Waarom moderne kunst kunst is. Meulenhoff, Amsterdam, 464 pp.

De Stoep

Dit boek* toont de Hollandse stoep in haar verscheidenheid: de drempelzones van Herman Hertzberger en Aldo Van Eyck, de bloemtafels van Sambeek en Van Veen en de klassieke Hollandse stoep.

De stoep is het domein waar een prettige en gezonde stad begint. De stoep is een overgangsgebied tussen huis en straat waar sociale contacten tussen bewoners plaatsvinden en de uitstraling van de straat voor een belangrijk deel wordt bepaald. Een succesvolle stoep ontstaat echter niet zomaar. Vooral niet nu overheden en woningcorporaties zich bezinnen op hun taken en meer en meer wordt gevraagd van andere partijen en van bewoners zelve. Burgerparticipatie of overheidsparticipatie, het is maar net hoe je het bekijkt, begint op de stoep. Het is het domein waar publiek en privé elkaar ontmoeten. Good governance van de stad begint bij kennis van de stoep.

Aan de hand van interviews, casestudies in binnen- en buitenland, essays en een analyse van ruim 6000 Rotterdamse straten beschrijft het boek ‘DE STOEP’ de drijfveren van mensen om van de stoep een eigen plek te maken. Voor elke lokale bestuurder en manager een must read, zo vinden de Heren van Oranje.

* Ulden, Eric van, Daniel Heussen en Sander van der Ham, 2015, ‘De Stoep: Ontmoetingen tussen huis en straat’. Nai010 publishers, Rotterdam, 240 pp.

Verandering van Tijdperk

Toch weer eens uit de boekenkast gepakt. Het boek van Jan Rotmans. “Nederland zal de komende decennia transformeren naar een nieuwe samenleving waarin de machtsverhoudingen zoals we die nu kennen radicaal zijn omgegooid. Dit is geen idealistisch vergezicht, maar de onontkoombare uitkomst van de kantelperiode waarin Nederland zich nu bevindt.

In ‘Verandering van tijdperk’, de opvolger van de bestseller ‘In het oog van de orkaan’, beschrijft Jan Rotmans ook de nieuwe sectoren onderwijs en financiën en geeft daarmee een compleet beeld van Nederland in transitie.

Rode draad is dat alle maatschappelijke sectoren hun houdbaarheidsdatum naderen, omdat de mens niet langer centraal staat. Mensen ontwikkelen zelf alternatieven en voeren die uit. Samen vormen zij de beweging van onderop, essentieel voor de transitie naar een beter aangepaste samenleving en economie.

Jan Rotmans geeft in ‘Verandering van tijdperk’ een concreet en soms ontluisterend beeld van de heftige botsing tussen de gevestigde orde en de opkomende nieuwe orde. Dit boek laat zien wat ons te wachten staat en biedt inspiratie omdat in deze kantelperiode ieder individu en elk initiatief telt; eenieder kan juist nu het verschil maken.”

*Rotmans, Jan en Martijn Jeroen Linden, 2014, Verandering van tijdperk: Nederland kantelt. ‘s-Hertogenbosch, Aeneas Media, 180 pp.

Steden en klimaatverandering

Met het Parijs klimaatverdrag gisteren ondertekend door 175 landen gisteren is het tijd voor steden om te acteren. Met de ondertekening werd een begin gemaakt met een wereldwijde beweging.

Deze wat oudere publicatie van 2009 door de Wereldbank kan gemeenten helpen. Het is na 10 jaar nog steeds actueel en goed bruikbaar voor begrip van de omvang van het vraagstuk en de wijze waarop besturende processen door bedrijven en met name overheden vormgegeven kunnen worden.

Het is gebaseerd op het 5de stedelijk onderzoekssymposium inzake steden en klimaatverandering en adresseert de urgentie van een stevige agenda. Het werd gehouden in Marseille. Het gaat in op hoe klimaatverandering en verstedelijking geleidelijk bij elkaar komen om één van de grootste uitdagingen van onze tijd te adresseren.

Simpler: The Future of Government

Book by Cass R. Sunstein

How can government be more “user-friendly”, simple and efficient by streamlining and reforming government regulation and rule-making?

This book is about making things simpler, how governments can be much better, and do much better, if they make people’s lives easier and get rid of unnecessary complexity. “…simpler government can be found in new initiatives that save money and time, improve health, and lengthen lives” (Simon & Schuster).

In this book the author Cass R. Sunstein shares his experiences from 2009 to 2012 when he was Administrator of the White House Office of Information and Regulatory Affairs in the Obama Administration. His theories shaped and continue to shape the Obama administration and the American nation. In this interview (Brookings) Sunstein lines out his main findings and focus.

Published in 2013 by Simon & Schuster, Inc. Read more >

If Mayors Ruled the World

Book by Benjamin R. Barber

“Challenges of our time—climate change, terrorism, poverty, and trafficking of drugs, guns, and people—the nations of the world seem paralyzed. The problems are too big, entrenched, and divisive for the nation state. Is the nation state, once democracy’s best hope, today dysfunctional and obsolete? The answer, says Benjamin R. Barber in If Mayors Ruled the World: Dysfunctional Nations, Rising Cities, is yes.

Barber asserts that cities, and the mayors that run them, offer the best new forces of good governance. Why cities? Cities already occupy the commanding heights of the global economy. They are home to more than half of the world’s population, a proportion which will continue to grow. They are the primary incubator of the cultural, social, and political innovations which shape our planet. And most importantly, they are unburdened with the issues of borders and sovereignty which hobble the capacity of nation-states to work with one another.” (Source: website author)

In his TedTalk in Edinburg, Scotland, he outlines is argumentation for this new approach.

“Democracy is in trouble. No question about that.

And it comes in part from a deep dilemma in which it is embedded.  It is increasingly irrelevant to the kind of decisions we face, that have to do with global pandemics (a cross-border problem), with HIV (a transnational problem with markets in immigration, something that goes beyond national borders), with terrorism, with war. All now cross-border problems all now. In fact we live in a 21st century world of interdependence and interdependent approval, interdependent problems.”

And when we look for solutions in politics and democracy we are faced with political institutions designed four hundred years ago. Autonomous, sovereign nation-states with jurisdictions and territories separate from one another each claiming to be able to solve the problem of its own people. 21st Century transnational world of problems and challenges seventeenth century world of political institutions.

In that dilemma lies the central problem of democracy. And like many others I’ve been thinking about what can one do about this. This asymmetry between 21st century challenges and archaic and increasingly dysfunctional political institutions like nation-states.

 

Landscape as Infrastructure

As ecology becomes the new engineering, the projection of landscape as infrastructure―the contemporary alignment of the disciplines of landscape architecture, civil engineering, and urban planning― has become pressing. Predominant challenges facing urban regions and territories today―including shifting climates, material flows, and population mobilities, are addressed and strategized here.

Responding to the under-performance of master planning and over-exertion of technological systems at the end of twentieth century, this book argues for the strategic design of “infrastructural ecologies,” describing a synthetic landscape of living, biophysical systems that operate as urban infrastructures to shape and direct the future of urban economies and cultures into the 21st century.

Pierre Bélanger is Associate Professor of Landscape Architecture and Co-Director of the Master in Design Studies Program at Harvard University’s Graduate School of Design. As part of the Department of Landscape Architecture and the Advanced Studies Program, Bélanger teaches and coordinates graduate courses on the convergence of ecology, infrastructure and urbanism in the interrelated fields of design, planning and engineering.

The book is published by Routledge.

Critical Mass: How One Thing Leads to Another

Ik heb het boek “Critical Mass: How one thing leads to another” van Philip Ball in twee weken – allemaal tussendoor natuurlijk – verslonden. Een boek voor een bèta-man als ik, kost die erin gaat.

Het boek verbindt een palet aan wetenschappen, zoals wis-, natuur- en scheikunde, sociale psychologie en ecologie met de dynamiek van de samenleving. De auteur zoekt, wikt en weegt welke modellen welke groepsprocessen in de samenleving zouden kunnen verklaren en daarmee kruipt hij in de huid van groepen en stapt ín maatschappelijke processen. Het is een bijzondere zoektocht. En gaat niet over één nacht ijs, maar levert een degelijk stukje wetenschappelijk werk. Het is in één woord fascinerend. Eindelijk lees ik hier over de ‘mechanismen’ achter de mystiek van een zwerm spreeuwen. En alles over hoe de samenleving bestuurd zou kunnen worden. Een echt ander perspectief dan dat vanuit ‘bestuurskunde’. Deze wetenschap komt mij plots over als een geïsoleerde wetenschap…

Ball legt een holistische benadering op tafel, zoals ook Leonardo da Vinci die had, en wordt daarin gestuurd vanuit de vraagstukken zelve. Een boek met universele maatschappijwetenschap als basis. Op zijn website verwoordt hij de focus van zijn boek:

Tired of the civil war ravaging England, Thomas Hobbes decided in the seventeenth century that he would work out how society should be governed. But his approach was not to be based on the wishful thinking of Plato’s ‘Republic’ or Bacon’s ‘New Atlantis’; Hobbes used Galileo’s mechanics to construct a theory of government from physical first principles. His answer looks unappealing today: a dictatorial monarchy that ruled with an iron fist. But Hobbes had begun a new adventure: to look for ‘scientific’ rules that governed society.

This programme was pursued, from many different political perspectives, by Adam Smith, Immanuel Kant, Auguste Comte, John Stuart Mill and others; but social and political philosophy gradually abandonded such a scientific approach. Today, physics is enjoying a revival in the social, economic and political sciences, as we find that large numbers of people can display behaviour eerily reminiscent of so many mindless particles, all interacting with one another.

Thinking, Fast and Slow

The mind is a hilariously muddled compromise between incompatible modes of thought in this fascinating treatise by a giant in the field of decision research.

Psychologist Kahneman positions a brain governed by two clashing decision-making processes. The largely unconscious System 1, he contends, makes intuitive snap judgments based on emotion, memory, and hard-wired rules of thumb and the painfully conscious System 2, laboriously checks the facts and does the math, but is so “lazy” and distractible that it usually defers to System 1.

Kahneman uses this scheme to frame a scintillating discussion of his findings in cognitive psychology and behavioral economics, and of the ingenious experiments that tease out the irrational, self-contradictory logics that underlie our choices.

All described factors play directly and indirectly a role in public governance. All public leaders and managers should be aware of the so thoroughly described systems of our brains and behaviour. They makes thinks clear an understandable. The book is an epiphany.

Review from New York Times: Two Brains Running.

Picture Daniel Kahneman: slate.com

Méér!

Illustratie: Len Munnik

Boek door Marianne Thieme

“In het boek Méér! bundelt Marianne Thieme wetenschappelijke inzichten die de crises van dit moment in kaart brengen en in samenhang helpen oplossen. Ze komen van onafhankelijke wetenschappers die zich zorgen maken over de toekomst van mens, dier, natuur en milieu en vanuit diverse invalshoeken pleiten voor een radicale omslag in beleidskeuzes. Allen kiezen de grenzen van de aarde als uitgangspunt voor ons handelen. Samen schreven ze een leidraad voor andere, duurzame beleidskeuzes, die onontkoombaar geworden zijn door onze groei- en schuldverslaving.

Méér! is het kernthema geworden van onze samenleving: meer van alles en meer dan er is. In de afgelopen decennia van ongekende welvaart heeft het geloof postgevat dat de groei van onze economie niet alleen grenzeloos is, maar ook een voorwaarde is voor geluk en welvaart. Waar economie ooit de wetenschap van het voortbrengen en verdelen van schaarse goederen en middelen was, is er inmiddels vrijwel exclusief aandacht voor geld en monetaire vraagstukken.

De systeemcrisis die zich in 2008 aandiende als een bankencrisis, manifesteert zich nu als monetaire crisis. Én het is duidelijk dat we daarnaast de biodiversiteitcrisis hebben, de klimaatcrisis, de wereldvoedselcrisis en andere schaarsteproblemen die welvaart en welzijn tot in de kern bedreigen.” Lees meer >

 

Dienen en Deugen

Door René Weijers

Bestuurders en topmanagers staan dagelijks in het brandpunt van de maatschappelijke aandacht. De verwachtingen over hun functioneren zijn terecht hooggespannen. Vaak is die aandacht niet positief en domineren de incidenten in de berichtgeving: dwalen, falen en schandalen voeren de boventoon. De vraag is of dit recht doet aan de pluriforme werkelijkheid van bestuur en topmanagement.

Dienen en Deugen bekijkt bestuurders daarom vanuit een andere invalshoek: wanneer gaat het goed en waarom gaat het goed? Veel topbestuurders weten met hun organisatie waarde te creëren. Ze leveren een bijdrage die er toe doet. Het blijkt dat goede topbestuurders niet alleen bekwaam zijn, maar ook deugdzaam. Zij dienen door effectief om te gaan met complexiteit en deugen door tegelijkertijd te varen op een moreel kompas.

Bestuurlijke vraagstukken over strategie, leiderschap en verandering zijn dermate complex dat ze alléén met gestapelde intelligentie niet klein te krijgen zijn. Slimheid kan zelfs ontaarden in bedrog en fraude. Daarom is er ook een ander bestuurlijk repertoire noodzakelijk. Daarin voorziet het perspectief van klassieke en alledaagse deugden met een appèl op wijsheid, moed, matigheid en rechtvaardigheid. De verbinding tussen ‘weten’ en ‘geweten’ blijkt cruciaal. Deugden zijn een bron van zin en betekenis.

Bestuurlijke opgaven zijn doorgaans geen enkelvoudige puzzels die zich met een simpele redenering laten oplossen. Vaker gaat het om dilemma’s, paradoxen en ‘venijnige’ kwesties. Bekwame bestuurders kunnen omgaan met dit verbonden vlechtwerk van soorten problemen. Ze weten een begaanbaar pad te vinden in een complexe en onvoorspelbare werkelijkheid. Daarvoor zijn overzicht, inzicht en timing belangrijke kwaliteiten. Bestuurders die dit kunnen, positioneren zichzelf niet als een traditionele held of een solistische redder in de nood met uitzonderlijke kwaliteiten. Eerder getuigen ze van respect voor de inzichten en opvattingen van anderen en gaan daar actief naar op zoek.

In dit boek staan tien openhartige ontmoetingen met bestuurders centraal. In combinatie met een literatuurstudie en de jarenlange ervaring van de auteur als bestuursadviseur, bieden de gesprekken een intrigerend kijkje achter de schermen van topbestuur.

Een promotieonderzoek stond aan de basis van dit boek. Dienen en Deugen biedt stof tot nadenken aan de bestuurstafel. Boeiend materiaal voor bestuurders, directeuren, commissarissen en toezichthouders. En zeker een aanrader voor professionals onderweg naar de top.

Publieke Waarden en Blauwe Oceanen

De overheid draagt mede zorg voor de publieke waarden zoals veiligheid, leefbaarheid, schoon milieu, maatschappelijke samenhang, goed openbaar vervoer. Om deze waarden te kunnen scheppen binnen het democratisch proces voert zij een gerichte strategie, een koers.

Met de omvang van de financieel-maatschappelijke crisis zoekt de overheid naar nieuwe wegen, naar alternatieve voor deze waardencreatie. Immers de eigen rol van de overheid staat gezien haar  uitgavenpatroon (zij geeft meer uit dan beschikbaar is) onder grote druk. Vernieuwing in het proces van denken en handelen, zowel politiek, bestuurlijk als ambtelijk lijkt noodzakelijk.

Die strategie, zo kan de filosofie zijn, zou kunnen lukken als wordt gedacht in termen van nieuwe markten, concepten, producten/diensten en werkwijzen. Niet in het denken en handelen vanuit reeds conventionele, traditionele, gebaande en wellicht ook ‘platgetreden’ paden.

In het boek de blauwe oceaan: creatieve strategie voor nieuwe concurrentievrije markten wordt dit proces van waardencreatie systematisch beschreven. Een benadering die ook van toepassing zou kunnen zijn op de creatie van publieke waarden.

De overheid kan met een blauwe oceaan strategie haar diensten naar burgers, bedrijven en samenleving anders opzetten en vormgeven, waarbij tegelijkertijd de kosten voor de productie van die diensten kunnen worden teruggebracht (een uitgangspunt van deze strategie). De in het boek beschreven concepten, methoden en technieken verdienen een vertaalslag naar het publieke domein.

Identiteit

Paul Verhaeghe

“Maatschappelijke veranderingen hebben gezorgd voor een veranderd ik-gevoel.

Paul Verhaeghe onderzoekt de effecten van dertig jaar neoliberalisme, vrijemarktwerking, privatisering en de relatie tussen de maakbare samenleving en onze identiteit. Wie wij zijn wordt zoals altijd bepaald door de context waarin wij leven. Die context bepaalt op dit moment: wie geen succes heeft zal ziek zijn.

De dwang tot succes en geluk blijkt een keerzijde te hebben: het leidt tot verlies van zelfbesef, tot desoriëntatie en vertwijfeling. De mens is eenzamer dan ooit. De liefde is moeilijk te bereiken en betekenisvol leven is diepgaand problematisch geworden.”

“Ik doe een poging om het daarbij aansluitende mensbeeld, de spiegel die ons omringt, onder worden te brengen (GC p. 116):

Mensen zijn competitieve wezen die vooral uit zijn op hun eigen profijt. Op maatschappelijk vlak is dat in het voordeel van ons allemaal, want iedereen zal in die competitie zijn uiterste best doen om aan de top te geraken. Daardoor krijgen we betere en goedkopere producten in combinatie met een efficiëntere dienstverlening binnen een één gemaakte vrije markt, zonder inmenging door de overheid.

Dit is ethisch correct, want het slagen of mislukken van een individu in die competitie hangt volledig af van diens eigen inspanningen. Iedereen is bijgevolg zelf verantwoordelijk voor het eigen succes of falen. Vandaar het belang van onderwijs, want onze wereld is een razendsnel evoluerende kenniseconomie die om hoogopgeleide mensen met flexibele competenties vraagt. Eén hoger-onderwijsdiploma is goed, twee is beter en levenslang leren een must. Iedereen moet blijven groeien. Immers de competitie is bikkelhard. Vandaar ook de dwingende noodzaak aan functioneringsgesprekken en constante evaluaties, die alles geleid door de onzichtbare hand vanuit een centraal management.

Dit is de korte samenvatting van het grote verhaal dat vandaag de dag onze cultuur beheerst en dat bijgevolg onze identiteit vormt.Cultuur kunnen we het best begrijpen in de ruime betekenis, want dit verhaal heeft ondertussen alle sectoren ingenomen, van wetenschap via onderwijs tot de zorgsector en de media. Ik herinner er nog even aan dat identiteit ook onze normen en waarden bevat en bijgevolg de verhouding tegenover anderen bepaalt.”

“Loon naar werken in naam van de vrijheid (GC p. 118):

Het woord ‘meritocratie’ (GC: door Scott Belsky van Adobe deze week nog als thema centraal gesteld in hun nieuwe website Behance tijdens hun wereldwijde congres) was tot voor kort vrij onbekend, in tegenstelling tot de onderliggende gedachte waarmee zo ongeveer iedereen opgevoed is: loon naar werken; iedereen krijgt wat hij verdient; boontje komt om zijn loontje, zoals men zaait, zo zal men oogsten, enzovoort…

De macht (kratos) dankzij de inzet, de verdienste (merit)…

De versmelting van vrijheid en loon naar werken heeft gezorgd voor een kantelpunt, waarna we het beste kunnen spreken van een ‘neoliberale meritocratie’. Het belang van dat kantelpunt kunnen we afwegen aan de gevolgen. Binnen de kortste keren valt de sociale mobiliteit stil, ontstaat er een groeiende kloof tussen onder- en bovengroep en moeten vrijheid het veld ruimen voor een veralgemeende paranoia.”

Interview Paul Verhaeghe in Brands met Boeken.

Uitgegeven door De Bezige Bij, Amsterdam