Over de zeespiegelstijging

Kruf, J.P. (2013). Dijkpaal 992. Sint-Maartensdijk, Tholen.

Enige tijd geleden was ik op bezoek bij een directeur van een waterschap. Ik vroeg hem wat zijn grootste uitdaging was. “Draagvlak verkrijgen bij de bevolking voor dijkverzwaringen”, zei hij. Ik vroeg hem in hoeverre de feitelijke achterliggende reden om onze dijken te verzwaren, hierbij een rol speelden. Hij antwoordde: “Voor de direct aanwonenden is zo’n project natuurlijk zeer ingrijpend. Bij hen stuit het vaak op tal van bezwaren, begrijpelijk ook. Voor het geheel van bevolking achter de dijk betekent het echter bovenal meer veiligheid. Wat opvalt is dat de zeespiegelstijging als fenomeen niet echt aanwezig is in het debat. Het is toch abstract, weinig tastbaar, vooral niet zichtbaar en gevoelsmatig ver weg.”

Vanuit de eigen ervaring – als gemeentesecretaris, directeur stadsbeheer, interim-manager en strategisch adviseur – constateer ik, dat er diverse onderzoeken, rapporten, getallen en interpretaties rondzweven tussen wetenschappers, politici, bedrijven, burgers, non-profit-organisaties, gemeenten, provincies, ministeries, waterschappen en hun koepelorganisaties. Er is op dit punt echt sprake van verdeeldheid, segmentatie en fragmentatie.

Aan dit gesprek moest ik terugdenken, toen ik gisteren in de editie van 25 september 2020 van Nature de resultaten las van dit gezaghebbend onderzoek – over de gevolgen van de opwarming van de aarde voor de ijsmassa van Antarctica – door Garbe et al. (2020). Deze objectieve en feitelijke kennis zou voortaan een bijdrage kunnen en moeten spelen in de communicatie rondom dijkverzwaringsprojecten en in bredere zin bij de aanpak van watermanagement. Lijkt mij althans. Zonder paniek te zaaien, uiteraard. Duidelijkheid en vooral eerlijkheid duurt het langst.

Ik zeg het in mijn eigen woorden: de eerste 2 graden opwarming van de aarde (ten opzichte van het pre-industrieel tijdperk), leidt tot 1.3 meter/graad zeespiegelstijging. Vanaf 2 tot 6 graden opwarming is de stijging 2.4 meter/graad en daarboven 10 meter/graad. Tot dat alles gesmolten is uiteraard. Antarctica heeft equivalent aan ijsmassa dat overeenkomt met 58 meter zeespiegelstijging. Als dit zo is dan is Groenland al lang gesmolten. Ik meen dat de equivalent van de ijsmassa van Groenland 17 meter is. Dus samen 75 meter. Goed om te weten wat wij moeten conserveren en herstellen.

We staan nu op 1.1 graad opwarming, overeenkomend met circa 1.5 meter zeespiegelstijging. Ook 1.5 meter, net als bij Covid-19. Maar zal toeval zijn. Wat bijzonder is dat de onderzoekers stellen dat het opnieuw aangroeien van het ijs vraagt om een temperatuur van de aarde, die tenminste 1 graad lager ligt dan vóór het pre-industriële tijdperk. En dat lijkt buiten het bereik van de mens te liggen. Alleen de zon kan ons helpen door minder te stralen, liefs tijdelijk. Of wij maken machines die dit kunnen.

Het is goed om te weten wat komen gaat, zeker voor mijn kleinkinderen en hun kleinkinderen. Immers “regeren is vooruitzien”. Niet alleen de reductie van CO2 door een succesvolle energietransitie is wat voorligt als opgave, maar bij de veel besproken en waarschijnlijke scenario’s van 3 à 4 graden opwarming is een zeespiegel die de komende generaties zo’n 8 meter hoger ligt een uitdaging voor onze steden, badplaatsen en havens. Niet alleen bescherming door, maar ook innovatie in ruimtelijke planning en infrastructuur zijn de grote uitdagingen die voorliggen. Bij dijkpaal 992 houd ik voorlopig de wacht.

Bibliografie

Garbe, J., Albrecht, T., Levermann, A. et al. (2020) The hysteresis of the Antarctic Ice Sheet. Nature 585, 538–544. https://doi.org/10.1038/s41586-020-2727-5

Publiek Risico: Essays


Amsterdam/Breda, 16 augustus 2020

Dit e-boek bevat een collectie van 75 essays, geschreven door publieke leiders, managers, adviseurs, experts en wetenschappers. Selectie en curatie door Eric Frank en Jack Kruf. Dank aan alle auteurs, organisaties en uitgevers voor het beschikbaar stellen van deze essays.

Een boek om uw kennis te verrijken en uw inzichten te verdiepen. Het telt 723 pagina’s lezenswaardig materiaal met betrekking tot de publieke besturing van waarden en risico’s.

Het boek bevat een caleidoscopisch overzicht en bestrijkt de periode 1995-2020. Beoogd wordt om de ontwikkeling van het vakgebied ‘publiek risicomanagement’ – als relatief nieuw vakgebied binnen het bredere perspectief van publieke (be)sturing -nader te duiden en de zoektocht naar acceptatie ervan door bestuur en management – als logische bijdrage aan resultaat en succes – in beeld te brengen.

Deze collectie wordt uitgebracht voor bestuurders, managers, adviseurs, wetenschappers, docenten en studenten. Het wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden.

Publieke Risico Essays,

Eric Frank & Jack Kruf

De beginselen van risicomanagement liggen besloten in elk ecosysteem en zijn voor wat de mens betreft zo’n 300.000 jaar oud. Elk mens heeft in zijn hersenen de vroege ontwikkelingsstadia nog opgeslagen. Om te overleven als groep of als individu. Het kwam ons voor dat deze basisprincipes voelbaar zijn in de gedachten verwoord in deze selectie van essays. Veel ervan is wezenlijk.

Nu, anno 2020, kijken wij slechts een stukje terug. Gedurende 15 jaar (periode 2006- 2020) zijn wij afwisselend verantwoordelijk geweest voor de oprichting, besturing en management van de Nederlandse tak van PRIMO, de Public Risk Management Organisation. Een mooi moment om een selectie van essays te presenteren, dat een beeld geeft van het ontstaan, de werking en de ontwikkeling van het vak risicomanagement.

Het is een persoonlijke selectie, waarbij in onze ogen de diverse invalshoeken van het vakgebied het sterkst worden geëtaleerd. Het is een selectie, waarvan wij weten dat wij mensen tekort doen, natuurlijk. Maar de keuze voor een beperkte set van essays en pagina’s dwingt om te kiezen. Het zijn 75 essays en 723 pagina’s. Gebundeld in dit e-boek.

Risicomanagement is als vak zo oud als de weg naar Rome (en eigenlijk veel ouder zoals hierboven reeds geduid), maar het startpunt voor Nederland wordt gelegd in 1995, in de aanloop naar het proces waarbij de rijksoverheid in Nederland de eerste zaadjes plantte. Niet echt voor zichzelf, nee niet echt, maar om een construct te bedenken waarbij zij taken kon decentraliseren naar lagere overheden en vervolgens om toezicht op de uitoefening af te dwingen. Afstoten dus en erop toezien dat het goed gaat. Een bijzondere reden dus, die niet zozeer de publieke zaak vooropstelt maar eerder het mechanisme van controle. Dat is het eerste dat opvalt. 25 jaar risicomanagement.

De selectie van artikelen geeft de duiding van deze aanpak weer, laat ook zien dat vele experts en wetenschappers er veel nieuwe ideeën op hebben ingebracht, maar de rijksoverheid is qua standpunt en aanpak in die 25 jaar eigenlijk niet van gedachten veranderd. Er is eigenlijk de paragraaf weerstandsvermogen als enig echte kader. Daar wordt weliswaar wettelijk aan voldaan, maar veel gemeenten passen het nauwelijks toe als echt sturingsinstrument.

Wat opvalt is ook dat de gemeenten, provincies en waterschappen eigenlijk in het geheel nog niet georganiseerd zijn op dit punt, ook niet na 25 jaar. Iedereen werkt met een eigen aanpak, met eigen raamwerken, modellen, adviseurs en zelfs eigen wetenschappers. Er is nauwelijks sprake van een corporate kader waarmee door gemeenten, provincies en waterschappen wordt gewerkt.

Pas 25 jaar nadat het rijk de beslissing nam om zo te gaan werken, tonen de koepelorganisaties, zij het mondjesmaat – incidenteel, op projectbasis en meestal facilitair – een teken van leven op dit punt. Dat is merkbaar in de selectie. Essays hiervan ontbreken. De essays komen met name van enkele front runners in het publieke domein, wetenschappers of extern adviseurs.

Eigenlijk, concluderen wij, is er na 25 jaar weinig nieuws onder de zon. Veel boeken, artikelen, software, debatten, diversificatie en eigen winkels, maar in de kern draait alles nog steeds om dat ene principe van toezicht. De enige echte beleidslijn in al die jaren is het weerstandsvermogen. Er zijn gelukkig pogingen van experts om corporate risk governance op een hoger planniveau te krijgen. Een zoektocht van het openbaar bestuur zelve kent een zeer matig resultaat. Risicomanagement is niet geland, het is voor veel bestuurders en topmanagers een fremdkörper. Het is geen sturingsinstrument geworden om scherp aan de wind te zeilen, te innoveren, vooruit te zien. Het is een moetje, ja soms zelfs een wassen neus.

Risicomanagement is nog steeds een duwmodel, eigenlijk een ongewenst kindje van de overheid, waarin adviseurs en commerciële partijen natuurlijk voor een frisse wind hebben gezorgd, maar ook waarin zij met bijzondere ideeën, benaderingen en modellen kwamen aanzetten. En vooral de diversiteit aan begripsduiding en -uitleg is enorm. Het lijkt een vervuild begrip geworden, een container. Dit zorgt voor grote verwarring en hap-snap business. Daar wringt hem de schoen met betrekking tot publiek risicomanagement. Het speelveld is verdeeld en er is geen eenduidige taal.

Onze selectie van artikelen is een oproep om de handschoen nu echt eens op te pakken en voorliggende rijkdom aan kennis en ideeën opnieuw te wegen, te benutten en vooral aan de slag te gaan. Bestuur en topmanagement zijn daarbij aan zet. Daarvoor is wel gezag nodig en vooral draagvlak en consistentie vanuit de top van de ministeries.

Na 25 jaar zijn wij nog steeds een beetje waar wij 25 jaar geleden waren: de meeste bestuurders en topmanagers voelen er helemaal niets voor om dit vak professioneel te adopteren. Hun uitleg is dat het negatief is, remmend, niet motiverend, mijdend. Natuurlijk is dit onzin, maar goed de beleving is soms sterker dan de werkelijkheid. De kern van het vak wordt willens en wetens niet begrepen. Er is werk aan de winkel, veel, jawel heel veel. Deze selectie bevat daarvoor de ingrediënten.

Voor u ligt een reis van meer dan 25 jaar, die ook laat zien dat goede ideeën zijn gelanceerd en dat vele pogingen zijn ondernomen om het vak te verbreden en om het volwassen te laten worden. Een deel daarvan is in onze ogen het waard om gedeeld te worden en verdient om op de tekentafel te brengen bij de doorontwikkeling van het vak. Wij wensen u leesplezier én inspiratie.

Download

New Insights

Kruf, J.P. (2015) New Insights

During and directly after a crisis, one may come with new insights. Change can come from the interior need for a new organisation and maybe a more practical approach. Or it can come from an exterior perspective to have a better view on the outside world. In the old town of Lucca, Italy, we walked along this piece of art.

Anno 2020, after and during the Covid-19, the need for change is obvious, in public, civic and business organisations. This is driven by internal incentives, related to:

• Business continuity (for all products and services to citizen and clients).

• Human resource management (towards a more vital, agile and flexible organisation, new roles or functions are needed).

• Finance (finding new resilience and balance, tax and budget rescheduling, control priorities).

• Information management (secure the new cyber world with home and on distance protocols).

• Procurement (recheck suppliers and contracts in effectivity and continuity).

• Cooperation (the need for co-creation and for new value-driven alliances).

• Strategy and policy (from ‘be better prepared’, ex-post and risk approach towards a more ex-ante, resilience, value and scenario-driven way of thinking and acting).

• Leadership and the C-suite (from delegation and top-down styles to true ownership of value and risk approaches, stewardship and serving styles focused on delivery).

• Interface politics, elected council, governing council and management (from segmentation and fragmentation towards a more holistic approach of matters concerning citizens, groups and social issues).

Lucca has this beautiful house where new insights, reorientation and rebuilding actually meet perfectly. It is a metaphor for resilience management. The house of public governance is expected to follow the owners of this house.

The Ferris Wheel of Governance

Kruf, J.P. (2019) Ferris Wheel. Dubai.

The Ferris wheel of governance is indicating that we migrate at a swift pace from the crisis management modus to ‘normal’ management and governance. Democracy re-installs itself after months of Covid-19 crisis management. Old patterns return. The flow and the collective belief vanishes rapidly and the communal obedience of the people is replaced by daily traffic between opposition leaders, governors and citizens.

With one single blow Racism has replaced Corona. I thought. But not quite so though. In the debate today between the mayor of Amsterdam and the elected council – about the fact that she did not enforce the 1.5 meter in an anti-racism demonstration – shows that the wheel is turning. Who is right? I cannot say, but the fact that both worlds meet and spend hours and hours to battle each other with arguments is enough proof for this dilemma. We’re back again where we were before, for sure. The turning of the ferris wheel shows us again the old dilemma’s we are facing and segmentation in politics. At the same time it is about the balancing act of democracy.

On this quiet evening at home, I remembered – as a contrast with the harsh debate this afternoon in Amsterdam (live on television) – the words It’s cloud’s illusions I recall… of  Joni Mitchell in her song Both sides now (1968). I remember the peaceful time we had last months, not always easy but with elements of quietness and easy news. Joni:

Moons and Junes and ferries wheels
The dizzy dancing way that you feel
As every fairy tale comes real
I’ve looked at love that way

We’re back.

Rainy Day Perspective

Kruf J.P. (2019) Rainy Day Perspective.

Today was a rainy day, finally. I look out my window and see the city lights in the far distance, through the palette of raindrops, while reading some articles about the latest financial developments due to Covid-19. Well, an interesting view on the threshold of the near future, of tomorrow.

The predictions, to be frank, are worrisome for the coming years and more difficult after 2 years from now. I know the government can print new money very easily or borrow it relatively cheaply. It can spend budgets on all individuals, communities, civic organisations and companies which are in (desperate) need of support. We know all these spendings at the end will have to be refunded and paid back by citizens, companies and lower governments like municipalities. It is unavoidable to find new balance again. The awareness under public leaders, city managers, CFO’s and concern controllers is growing – “Houston, we have a problem” –, because cash registers are deflating rapidly.

Where a romantic late evening view with a good glass of wine can cross the thoughts on a new financial strategy for local government and the city. Same picture, two perspectives: that of home sweet home and the other one of the need for a sparkling and financial solid public strategy. A reflective mood.

George Floyd en sociale corrosie

Kruf, J.P. (2016) Corrosie.

Welnu, ik dacht dat dit de eerste zou kunnen zijn van een set coachingskaarten voor publieke en politieke leiders om nader de diagnose te stellen wat er in de samenleving gebeurt. De dood van George Floyd toont zich als een pars pro toto voor racisme op wereldschaal. Het kan worden beschouwd als een vorm van sociale corrosie. Immers de toedracht van zijn dood verbindt de individuele politieman, met zijn teamgenoten die erbij waren, met zijn directe baas, met de baas van de baas, met de politie als bedrijf, met hun bestuurders, met de president van de Verenigde Staten, met het systeem en uiteindelijk met onszelf. Pars pro toto als begrip kan niet beter worden uitgelegd.

Het is een persoonlijke associatie van mij hoe het leven in steden wordt gedomineerd door demonstraties van mensen die vragen om liefde, gelijkheid en rechtvaardigheid. De stad – daar waar het weefsel van de samenleving zich toont – leeft en spreekt luid en duidelijk. Hun leiderschap staat op het spel en wanneer dit gebeurt. Een kantelpunt lijken wij te nader. Jimmy Carter raakt hier de essentie van: “We hebben een regering nodig die zo goed is als haar mensen (red. in de samenleving, de burger).” Een ontkoppeling van goed leiderschap lijkt zich aan te dienen, het mechanisme van corrosie lijkt in werking te treden.

The Colours of Climate Change

Kruf, J.P. (2019) Climate Change [fine art print in frame].

Following the Sustainable Development Goals, Climate Change is despite Covid-19 not forgotten. More so, the last is seen by scientists, managers and experts as an omen what we can expect when we keep disrupting the Earth ecosystem. Goal 13 is Climate Action: Take urgent action to combat climate change and its impacts. This goal has 5 targets:

  • Strengthen resilience and adaptive capacity to climate-related hazards and natural disasters in all countries.
  • Integrate climate change measures into national policies, strategies and planning.
  • Improve education, awareness-raising and human and institutional capacity on climate change mitigation, adaptation, impact reduction and early warning.
  • Implement the commitment undertaken by developed-country parties to the United Nations Framework Convention on Climate Change to a goal of mobilizing jointly $100 billion annually by 2020 from all sources to address the needs of developing countries in the context of meaningful mitigation actions and transparency on implementation and fully operationalize the Green Climate Fund through its capitalization as soon as possible.
  • Promote mechanisms for raising capacity for effective climate change-related planning and management in least developed countries and small island developing States, including focusing on women, youth and local and marginalized communities.

My personal expression of climate change is displayed above. I imagined the canvas of our world as a chess board with 8*8 fields and estimated the most hurt ecosystems due to change: coral reef (Pantone Living Coral ) and tropical rainforest (Pantone Forest Biome). Government (Pantone Imperial Blue) is a tiny spot on the canvas and is not doing too much with many public leaders which are still in denial of what is happening (why? Interest and stakes!). Government, steered by people we as citizens elect to be our representatives (how difficult can it be!), need to take the lead. But, to be frank, its influence anno 2020 can not be marked as substantial. Storm (Pantone Storm Gray) is coming.

It is a personal art impression – or maybe better an expression of an impression – to remind me that we will loose precious life if we continue this way. The myriad of life is so abundant in coral reeds and tropical rainforests, we can hardly imagine. If you have seen it, and understood, you fall in love immediately. And if this happens you want to protect and want to stay it forever. I am in love, still (it is actually since 1978, the year I met Professor Roelof Oldeman and with him discovered the forest, almost 32 years now).

I am a realist, not a pessimist. I hear you thinking. But I did my homework as Wageningen University ecologist. Believe me, storm is coming, if we keep sitting on our hands. Maybe this small expression is a small contribution to one of the targets of this sustainable development goal. The colours of climate change are printed in my mind.

Janus and the art of navigation

Kruf, J.P. (2015) The God Janus.

When it comes to navigation in times of high dynamics and change, it was pilot John Boyd who developed a revolutionary and simple concept, the OODA loop: observe, orient, decide and act. The first steps are crucial, he said, when you fly with a speed of 900 km/h, upside down and 100 meter above a mountainous landscape. Is this not the situation where we as society are in today? After Boyd many scientists, experts and advisers developed a myriad of concepts, frameworks and approaches to tackle change and to find navigation in a volatile world.

The Romans already had a god for transitions, gates, passages and doorways. They called him Janus, derived form iānus, meaning in Latin ‘arched passage, doorway’. Can we say that we find ourselves in a doorway, a gate? And can we say we need to find our path, i.e. through developing a circular economy, caring for digital transformation, implementing energy transition, innovating water management, tackling a first grade health crisis, dealing with inequality, racism and poverty? Yes, we can. We are in a doorway, maybe on a threshold towards a new world. Janus is our ‘man’, our god. We need to give him more thought in our souls, not worship him, and ask him advice in the steps to come.

I think I timed the moment (exactly 10 years after my father died) and find the right angle of sunlight, beaming (was it actually him?) through this work of art at our home. Janus looking forward, Janus looking backward and in reflection its metaperspective. The art of navigation is alike. Observe by looking forward and backward, and orient where you are by reflecting on this, decide and act.

Janus and the art of navigation. Janus is presiding over all beginnings and transitions. Should we ask him for his wisdom again? And if we do, let’s not forget John.

Representatieve democratie

Kruf, J.P. (2017) Representatieve democratie.

De zwarte pion in het schaakspel kan worden beschouwd als de vertegenwoordiger van hen door wie het is gekozen, de witte pionnen. Het is een rol – niets meer, niets minder – die hij of zij krijgt toebedeeld om te besturen en te beslissen in de geest van en in de behoefte aan. Burgers en bestuurders hebben, zo beschouwd, dezelfde hoogte. Dit is een wezenlijk uitgangspunt van de idee van representatieve democratie. Dit beeld is een metafoor, uiteraard. De vergelijking met de werkelijkheid gaat in veel gevallen mank, helaas. Hoewel, zeker niet altijd. Er zijn voorbeelden, die de regel bevestigen. Dat zijn de echte leiders.

De zwarte pion als onderdeel van de groep, van de samenleving, onder de mensen toegankelijk, luisterend, transparant, verbindend, communicerend, de eigen achtergrond nooit vergetend of verloochenend en vooral wetend dat het niet meer is als de witte pion. Zou dat niet geweldig zijn!?

Reflectie op publieke sturing

Door Paul Wagtmans* & Jack Kruf 

Met de algehele bezuinigingen én omvangrijke transformaties in het sociale domein (Wet Werken naar Vermogen, Jeugdzorg en AWBZ/WMO) voor de boeg lijken nieuwe sturingsparadigma’s het lokale publieke domein binnen te treden. Eén van de grote opgaven daarbij is om de sociale cohesie – de samenhang tussen burger, samenleving en milieu – te versterken. De combinatie van deze grote transformaties onder het gesternte van een toenemende sociale stress vraagt om gepaste reflectie op publieke sturing.

De koers lijkt te zijn die van een terugtredende overheid. Maar we weten, het vertrouwen van de burger in de overheid is tanend, de politiek zoekt de antwoorden in de eigen machtsontwikkeling, collectief gevoelde waarden worden te weinig geadresseerd. En we weten dat deelbelangen zijn gefragmenteerd binnen de spiraal van toenemende individualisering. Het maatschappelijk weefsel komt op plaatsen zelfs in gevaar…

Wat nu? Terug naar de basis! Publieke leiders moeten weer ‘aan de zijde’ van de samenleving en weg geraken van de deelbelangen, hoe moeilijk dit soms ook is. Het geheel telt, meer dan ooit. Daarnaast moeten zij centrale regie ontwikkelen om burgers en bedrijven te stimuleren hun verantwoordelijkheid te nemen.

De urgentie van een centrale en geleide benadering lijkt evident

Niet terugtrekken dus, maar hoeden. Burgers in hun kracht zetten en het particulier initiatief stimuleren is de nieuwe opdracht. Om te komen tot een geleide én geleidelijke transformatie naar lagere collectieve lasten, eigen verantwoordelijkheid én meer vertrouwen. Deze vorm van sturen houdt een hernieuwde dialoog in tussen politiek, samenleving en burger. Eén van over de eigen grenzen heen durven denken. De overheid als regisseur en verbinder lijkt noodzaak geworden om de ‘samenleving’ nieuw leven in te blazen. Een centrale en geleide benadering is absoluut urgent!

*Paul Wagtmans†, voormalig Gedeputeerde van de Provincie Noord-Brabant. Het artikel is geschreven in december 2012 en gepubliceerd op 9 januari 2013. Het is nog steeds actueel.

***

With the general cutbacks and austerity measures and the extensive transformations in the social domain it seems that new governance paradigms enter the local public domain. One of the most extensive challenges is to strengthen social cohesion, i.e. the consistency between citizens, society and our natural environment.

This combination of vast transformations under the circumstance of increasing social stress simply demands an accurate reflection on public governance.

The main political course seems to be that of a withdrawing government. But as we may know is the trust of the citizen in government is waning. Politics is searching the answers in its own development of power, where collectively felt values are not addressed properly. And we know that the stakes are more and more fragmented within the spiral of increasing individualism. The social fabric is more and more in danger. What to do now?

The urgency of a central and guided approach seems to be evident.

Back to basics! Public leaders should take place ‘at the side’ of society and should migrate away from certain stakes, despite the difficulty of this. What really counts is the whole of society, more than ever. Therefore a holistic approach has to be developed to stimulate citizens and companies to take their own responsibility. To make this possible the government should not withdraw, but guide us. To empower citizens and stimulate private initiatives is the new governmental task to fulfill. To make a guided and gradual transformation possible towards reduced collective costs, own responsibility and more trust.

This form of governance demands a renewed dialogue between politics, society and citizen. One of daring to cross the boundaries of the self-conviction. The government as a steward and connector, therefore, seems necessary to give new life to our society. A centrally and guided approach is absolutely urgent!

*Paul Wagtmans†, is former Council Deputy of the province of North-Brabant, The Netherlands. The article has been written in December 2012 and published on the 9th of January 2013.

Het nieuwe zoemwoord in het openbaar bestuur is ‘Resilience’

Jack Kruf

Het nieuwe zoemwoord ‘resilience’ doet zijn intrede in het openbaar bestuur. Stapje voor stapje, maar wel gestaag. Met name als het gaat om de besturing en het management van steden.

De gemeenten Den Haag en Rotterdam hebben nu elk een Chief Resilience Officer en lopen in Nederland voorop. Anne-Marie Hitiepeuw-Gribnau, respectievelijk Arnoud Molenaar zijn op dit moment de frontrunners, de evangelisten, de innovators. Zij rapporteren logischerwijs aan hun burgemeesters Pauline Krikke en Ahmed Aboutaleb, omdat veel bestuurlijke lijnen immers samenkomen in het college. Burgemeesters voeren naast een eigen integrale portefeuille op het gebied van veiligheid en openbare orde ook het voorzitterschap van college en raad.

De start is gemaakt, maar om het gedachtengoed met betrekking tot ‘resilience’ in Nederland te laten landen is er nog heel veel werk aan de winkel. Veel gaat over integraal en afgestemd werken en vooral naar trends en ontwikkelingen kijken en hierop inspelen (van buiten naar binnen denken en handelen). De start in Nederland ligt in Den Haag en Rotterdam.

Als wetenschappelijk opgeleid Wagenings bosecoloog is het begrip resilience gesneden koek. Het ís het DNA van het systeem, van een bos, koraalrif of in dit geval stad. En als voormalig gemeentesecretaris weet ik hoe belangrijk de verbindingen – en de daarmee verbonden veerkracht en wendbaarheid – in de samenleving zijn voor het welzijn van de stad, haar burgers en bedrijven. En natuurlijk ook dat de stad op zich voelt als een levend organisme. Maar wat is resilience exact en als concept in de wereld van steden, samenleving, bedrijven, instituties en mensen?

Toverwoord

De Europese vlag

Het belang van resilience lijkt evenwel snel toe te nemen. Wat het ook precies is en hoe het uitwerkt op het besturen en managen van de stad zelve. Het adresseren ervan is meer en meer ‘vereist’ bij de vele Europese onderzoeks- en innovatiesubsidies. Het gebruik en de toepassing ervan heeft zowaar een centrale plek gekregen in de funding van projecten. Het lijkt haast een toverwoord geworden voor het nadenken over en het oplossen van vraagstukken. In Brussel is het echt een zoemwoord. Op lokaal niveau bij gemeenten in Europa zoemt er nagenoeg nog weinig. Hm. Is het misschien gewoon oude wijn in nieuwe zakken?

Nieuw netwerken

Er zijn inmiddels allerlei netwerken in aanbouw met resilience als centraal thema. Het meest beroemde voorbeeld daarvan is het 100resilientcities.org netwerk, opgericht om het gedachtegoed wereldwijd te verspreiden en toe te passen. Den Haag en Rotterdam zijn hiervan onderdeel.

Het is misschien dus toch niet zo trendy als op het eerste gezicht lijkt. Het is serieuze business. Er is sprake van een diepere achtergrond en zelfs van een nieuwe beweging in denken. Sommigen zeggen dat het begrip een drager is voor een nieuwe manier van kijken, plannen en handelen om de de samenleving te besturen. Integraal, holistisch, afgestemd. De overtuiging onder bestuurders en managers groeit dat meer systemisch én systematisch denken nodig is om tot effectief handelen te komen bij het vinden en toepassen van oplossingen. Resilience als haast een nieuwe wetenschappelijk loot aan de stam lijkt dit te adresseren.

Definitie

Het woord stedelijke resilience heeft inmiddels de intrede gedaan. Het genoemde netwerk definieert dit als volgt:

“Het vermogen van individuen, gemeenschappen, instituten, bedrijven en systemen binnen een stad om te overleven, zich aan te passen en te groeien ongeacht de soort chronische stress en acute schokken die zij ondervinden”.

Dat klinkt ferm. Een kwestie van je mannetje staan, je niet omver laten blazen, stevig in je schoenen staan, ruggegraat tonen, de kaas niet van je brood laten eten? Of is het gewoon goed recupereren zoals onze wielrenners dat duiden? Voer voor nader onderzoek.

Foto: Corrosion Art. © Q-Dock.