New Insights

Kruf, J.P. (2015) New Insights

During and directly after a crisis, one may come with new insights. Change can come from the interior need for a new organisation and maybe a more practical approach. Or it can come from an exterior perspective to have a better view on the outside world. In the old town of Lucca, Italy, we walked along this piece of art.

Anno 2020, after and during the Covid-19, the need for change is obvious, in public, civic and business organisations. This is driven by internal incentives, related to:

• Business continuity (for all products and services to citizen and clients).

• Human resource management (towards a more vital, agile and flexible organisation, new roles or functions are needed).

• Finance (finding new resilience and balance, tax and budget rescheduling, control priorities).

• Information management (secure the new cyber world with home and on distance protocols).

• Procurement (recheck suppliers and contracts in effectivity and continuity).

• Cooperation (the need for co-creation and for new value-driven alliances).

• Strategy and policy (from ‘be better prepared’, ex-post and risk approach towards a more ex-ante, resilience, value and scenario-driven way of thinking and acting).

• Leadership and the C-suite (from delegation and top-down styles to true ownership of value and risk approaches, stewardship and serving styles focused on delivery).

• Interface politics, elected council, governing council and management (from segmentation and fragmentation towards a more holistic approach of matters concerning citizens, groups and social issues).

Lucca has this beautiful house where new insights, reorientation and rebuilding actually meet perfectly. It is a metaphor for resilience management. The house of public governance is expected to follow the owners of this house.

Resilience of what to what?

Pompen, L. (2015). Sol? No!. Cambodia.

What is resilience? Well, there is no simple answer to this. The concept is in development in different sciences and recently entered the public governance domain related to the social-ecological system of society. Resilience is the new buzzword. Millions of years it played an essential role in natural ecosystems, now it has been launched as new concept for thinking and acting from government perspective. But where is it about? The ability to endure stress and still be able to perform or the capacity to recover after a catastrophe? Maybe both?

The question can not be answered or even is meaningless without putting it in the context resilience of what to what? In our approach we focus on the resilience of the ecosystem city to specific external (abiotic, climate change)) or internal (biotic, virus attack) caused disturbances.

“Resilience has multiple levels of meaning: as a metaphor related to sustainability, as a property of dynamic models, and as a measurable quantity that can be assessed in field studies of socioecological system (SES). The operational indicators of resilience have, however, received little attention in the literature. To assess a system’s resilience, one must specify which system configuration and which disturbances are of interest.”

CARPENTER ET AL. (2001)

C. S. Holling (1973) introduced the word resilience into the ecological literature as a way of helping to understand the non-linear dynamics observed in ecosystems. Since then the concept diversified in all directions. Resilience is wide interpreted and used, it is difficult to understand and therefore possibly of limited use for precise governance. Like accountability, new normal, alignment, roadmap, risk, streamline and sustainability it can become a container concept and a buzzword.

“Resilience,” like love, is difficult to define, yet everyone – from United Nations Secretary-General Ban Ki-moon to government agencies, company boards, and community groups – is talking about how to build or maintain it. So, is resilience a useful concept or a meaningless buzzword?

BRIAN WALKER (2015)

For the core definition of resilience, we go back to the forest. It is a simple and therefore generally applicable definition.

‘Resilience is the ability to bounce back, basically in the face of disturbance, maintaining functions and structures of the system and recovering from the disturbance.”

RUPERT SEIDL (2019)

The resilience of the ecosystem city is telling the story of the balancing act of the population in the present habitat of the city. Of course, there are many layers of habitats within the city and some justify to zoom in and consider resilience on a lower level. In general, it is like when you have plans to investing your money in stocks and funds: results in the past are no guarantee for the future.

It is with resilience like looking into the mirror: you know where you are and where you come from, not so much about where you are going and what will happen. It is hard to predict how future external developments influence the habitat of communities and whether they will exceed the resilience of the system and whether the system is able to tackle change properly.

To let resilience successfully – and Brian Walker (2017) from Resilience Alliance underlines the (urgent) need for this – enter the stage of public governance it is wise to start with using it always in the context resilience of what to what (Carpenter et al., 2001).

Bibliography

Carpenter, S., Walker, B., Anderies, J. and Abel, N. (2001) From Metaphor to Measurement: Resilience of What to What?. Ecosystems 4, 765–781. https://doi.org/10.1007/s10021-001-0045-9

Holling, C.S. (1973) Resilience and Stability of Ecological Systems. Annual Review of Ecology and Systematics. Vol. 4:1-23 (Volume publication date November 1973). https://doi.org/10.1146/annurev.es.04.110173.000245

Seidl, Rupert (2019) Voices of Resilience https://www.youtube.com/watch?v=755F__a5agM

Walker, Brian (2015) What is resilience? Project Syndicate. https://www.project-syndicate.org/commentary/what-is-resilience-by-brian-walker?barrier=accesspaylog

Walker, Brian (2017). Brian Walker at Resilience 2017. Stockholm. https://www.youtube.com/watch?v=6G2-IFfRwzM

Thorbecke re-invented: organische aanpak als dé weg naar resilience

Johan Rudolph Thorbecke

Het is een interessant fenomeen: de samenwerking tussen de verschillende overheidslagen. Of beter de zoektocht ernaar. En zelfs het op punten ontbreken ervan. Thorbecke was zeer modern in zijn denken. En wellicht nu ook nog als zodanig te beschouwen. Hij ontleende zijn structuur van rijk, provincie en gemeente aan dat van de natuur. Lagen, zoals elk ecosysteem vele lagen heeft en daarbij de basis vormt van de eigen resilience, het vermogen om verstoringen het hoofd te bieden en terug te veren naar het evenwicht.

Heeft Thorbecke destijds niet al het recept uitgevonden en daarmee de basis gelegd voor het snelgroeiende resilience paradigma? Thorbecke was tijdgenoot van de grote systeemdenkers Alexander von Humboldt en Charles Darwin. Hij moet haast door hen geïnspireerd zijn geweest bij het ontwerpen van ‘zijn’ architectuur voor bestuurlijk Nederland. Hij heeft immers kernelementen van ecosystemen overgenomen in zijn onderliggende filosofie. Je zou het ‘Huis van Thorbecke’ ook kunnen beschouwen als een tijdloze visie op het systeem van het openbaar bestuur.

Multi-level governance
Eén van de probleempunten in de samenwerking tussen de overheidslagen – dit is algemeen gedacht – lijkt te zijn dat beleid hoofdzakelijk top-down wordt ontwikkeld en uitgerold naar lagere echelons in het ecosysteem overheid. Er zijn genoeg voorbeelden waarin de effectiviteit van een dergelijke werkwijze gering is te noemen is of soms averechts werkt. Op Europees niveau is enkele jaren geleden in dialoog met Public Risk Management Organisation (PRIMO) en de Europese vereniging van gemeentesecretarissen (UDITE) geconcludeerd dat dit fenomeen van top-down werken een matig tot geringe implementeerbaarheid van beleid liet zien.

Het fenomeen van ‘naar beneden duwen’, zoals een Portugese collega het ooit noemde, van taken in financieel krappe tijden doet zich in bijna alle Europese landen voor. Naar beneden en met minder geld. Het frappante is dat overal in Europa door de politiek bij decentraliseren het argument van lagere uitvoeringskosten als argument wordt aangevoerd. Thorbecke had bedacht dat het verkeer beide richtingen op moest gaan, dus ook bottom-up, omdat elk werkend systeem staat of valt met terugkoppeling. Een essentieel element van elk systeem. Zonder terugkoppeling valt elk systeem om.

Luisteren
Vooral de dialoog moet te allen tijde open blijven tussen de bestuurslagen. Het lijkt beter niet constant elkaar slechts de overtuigingen te schetsen maar oog te hebben voor waar het om gaat en de dialoog te starten. Hiervoor zal de centrale overheid open moeten staan en echt luisteren naar provincies en gemeenten.

Deze verbetering begint volgens Ere-Stadssecretaris van Ieper Jan Breyne in elk geval bij een betere koppeling tussen politiek en burger, lees het kabinet, de decentrale overheden, de samenleving en de burgers:

“Maar politici hebben wel als opdracht om te luisteren naar de medeburger, naar wat hem bezighoudt en drijft en om hieraan te verhelpen, niet via hand-en-spandienst, maar via regels en beschikkingen, die het leven beter maken. Het maakt weinig verschil uit of men nu premier is of lokaal raadslid. De basisregels blijven dezelfde.”

Het organische Huis van Thorbecke
In Nederland hebben we voor de organische samenwerking tussen de verschillende overheden een prachtig bestuurssysteem ontwikkeld. Thorbecke was de man die uiteindelijk het voor elkaar kreeg de nieuwe nationale sturing – overigens in navolging van een brede Europese verandering- te baseren op een organische samenwerking van de diverse overheidslagen. Er wordt vaak gemopperd over het Huis van Thorbecke als een oubollig en gedateerd systeem.

Maar misschien is het toch eens goed in het perspectief van de voorliggende veranderingen, dit systeem op haar intentie nogmaals door onze handen te laten gaan. Het af te stoffen en haar principes opnieuw bloot te leggen. En wellicht om opnieuw te beseffen wat we aan de rijke filosofie van Thorbecke kunnen hebben om onze problemen van nu op te lossen. Professor Auke van der Woud, hoogleraar architectuur en stedenbouwgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, verwoordt het in zijn boek ‘Een nieuwe wereld’ – in hoofdstuk 9 ‘Systematisch bestuur’, p. 163, we spreken over 1948 – als volgt:

“Thorbecke beschouwde de staat als een levend, logisch functionerend organisme. De besturen van het land, de provincies en gemeenten waren ‘organen van het staatswezen’, ze waren vitale onderdelen van ‘het stelsel van één lichaam’. De natuur zelf liet zien hoe sterk zo’n stelsel was ‘De natuur is niet daarom zo rijk… maar omdat zij een oneindige verscheidenheid van wezens, ieder met eigen kracht, onder eene algemeene wet laat werken’.”

In de jaren daarna deed ook geleidelijk het woord ‘gemeenschap’ zijn intrede. Van der Woud (p. 171, we spreken over 1876):

“Voor hen was de maatschappij geen verzameling van individuen die allemaal hun persoonlijke doelen nastreefden. Ze vonden: ‘dat zij een organisme is, waarvan de deelen en leden met elkander een samenhangend geheel vormen. Zulk een organisme heeft zijn eigen bouw, zijne eigene ontwikkeling, en evenals de anatoom en de fysioloog het menschelijk lichaam onderzoeken, moet ook de beoeftenaar der wetenschap zijn studie wijden aan de anatomie en fysiologie der maatschappij. Aan de waarneming van ziekteverschijnselen zal het haar daarbij niet ontbreken, aldus vindt zij tevens voor de therapie een ruim veld.”

Klare taal. Werk aan de winkel! Ook voor 2016 en verder goed bruikbaar, zo lijkt het. Eigenlijk bij alle voorliggende vraagstukken zoals klimaat, water, cyber, terrorisme, sociaal domein of privacy. Op veel punten zullen we het Huis van Thorbecke ook naar Europa moeten oprekken, maar goed de principes staan.

Met het huidige karakter van schuivende panelen op financiën, beleidsdoelen, informatiehuishouding, bemensing en besturing – zou het weleens kunnen zijn dat de grondslagen van Thorbecke zeer goed toepasbaar blijken. In een organisme of, zoals door Brian Walker van het Stockholm Resilience Institute geduide term, sociaal-ecologisch systeem wordt immers veel gecommuniceerd en afgestemd, alle kanten op, meervoudig complex. Daarin is ook sprake van een echelon aan goed werkende feedback- mechanismen. Dus niet alleen top-down opleggen van besluiten en klakkeloos uitvoeren, maar een systeem van volop schakelen, koppelen en terugkoppelen.

Zo was het bedacht door Johan Rudolph voor zijn huis van rijk, provincie en gemeente. Kunnen we terug naar deze nobele basisprincipes. Of beter vooruit. Thorbecke… reinvented? En met hem op weg naar de door ons zo gewenste resilience van de samenleving met de ecologische principes op zak.

*Het artikel is geschreven door Jack Kruf, voor het eerst gepubliceerd op 29 oktober 2015 en begin 2020 op enkele punten bijgewerkt.

Bibliografie
Auke van der Woud (2013), Een nieuwe wereld: het ontstaan van het moderne Nederland. Bert Bakker, Amsterdam.

City Resilience and 1-17-169?

Kruf, J.P. (2019) City, goal, target. Breda, Governance Connect.

The world, in its thinking in terms of resilience and considering society as a social-ecological system, is at drift. At least for public leaders and their civil servants, resilience is the new buzzword. It is rediscovered because our ancestors knew already what it was. So actually nothing new.

Resilience in itself is a deep and fundamental concept. It exists as a mechanism long before mankind populated the earth. But for most of us now it is a completely new concept. Maybe it is a psychological reaction, a gut-feeling, that back to basics is key and the search for arguments to improve present public governance is something elementary. There is something elementary about resilience, isn’t it?

Maybe it is wise to consider – to not start all over again and come in the sandbox of what resilience is and what it is not – to bring it close to the existing frame of the 2015 Sustainable Development Goals (SDGs). This is actually about resilience. The first principles for these were defined in the 1987 Brundtland Report Our Common Future, developed from there via the Millennium Development Goals (Battersby et al., 2017) and agreed as a set of goals (17) and targets (169) for 2030.

Agreed though is very relative, because every city today is allowed to take his own route, with its own defined scenario pace and policy planning, with own personal perspectives of its public and business leaders. Every city is in principal free to act, without legislation, without obligation, without formal contract or agreement, without consequences, without accountability, without defined responsibilities related to final leadership.

The resilience as the total sum of feed-back mechanisms may potentially be embedded in the present social-ecological system of society, but the fact that all the SDG goals and targets in their actual status arestructurally way out of balance (personal formulation, based on United Nations, 2019), showing significant deviations from the desired equilibrium, i.e. the optimum public value, suggests that it is not functioning as assumed.

Today’s society seem to be in a lower ecosystem status than we have declared ourselves as the ‘Belle Epoque’. It seems for many of us a far away over the mystic horizon picture, a dream scenario, a fata morgana. Nice but unreachable. We know (and see on the daily news) that we are not resilient – let us be honest – to tackle daily declines to lesser states of the ecosystem city and not be able to prevent, in some societies, to fall back to even the zero-state. Of course we may dream about, put hope in and give all our optimism (‘a moral duty’, Kant (1795)) in resilience. But the facts speak otherwise. The ‘ability to bounce back’ is relative or even absent.

Resilience is a nice word, suitable for politicians, policy makers and dreamers of far horizons. For those who have no food, no water, no freedom, for those who live in fear, in poverty or are completely lost in a war, it is an empty word, a missing link.

JACK P. KRUF

The SDGs are best defined in my view as a call for implementing collective ‘clear conscience’ for our children and grandchildren It is intentional, a frame for good governance, a manifest for respect and a caring-for-the-earth-attitude and for true stewardship. Noble and pure. It is styled, but also highly segmented. How can 1 city manage 17 goals and 169 targets with governmental councils that have an average of 27 political responsibilities and with a constantly shifting accountability city landscape?

The network of cities does cooperate in all kinds of ways. Necessary to come to results. No city can do this on its own. This has lead to a rich palette of excellent and above all inspiring initiatives and projects. But, there is one big but, the political landscape of cooperation in the city network of a total of 195 countries – with an average of 4 years between elections – changes every week. With the election frequency per country, state or province taken into account, this means that the overall landscape of cooperations changes every day!

Well, who will receive the Nobel Prize for Public Governance in 2030 to link 1 to 17 to 169 into one coherent approach? Since March 2020 there is a dashboard launched by United Nations Economic Commission for Europe (UNECE) for following the SDGs with 232 indicators. That is a lot. It will be necessary to more and more play the holistic card. How? Interesting!

Bibliography

Battersby, J. (2017) MDGs to SDGs – new goals, same gaps: the continued absence of urban food security in the post-2015 global development agenda. African Geographical Review, 13(1), 115-129.

Kant, Immanuel (1795, republished 2003) Perpetual Peace: A Philosophical Sketch. Cambridge: Hackett Publishing.

The Brundtland Report: World Commission on Environment and Development (WCED) (1987) Our common future. New York and Oxford: Oxford University Press.

United Nations General Assembly (2015) Transforming Our World: The 2030 Agenda for Sustainable Development. A/RES/70/1.

United Nations (2019) The Sustainable Development Goals Report. New York: United Nations, Department of Economic and Social Affairs.

Where city management meets the science of ecology

Source: Wired ©

Source: Wired.

‘A biologist might, let’s say, study a particular species of rabbit, spending years in the field observing a population of them. A botanist might do the same with a specific grass or tree.

But ecologists? They study life, too, but in whole systems at once. An ecologist might study the rabbit, the grass, and add in the local wolf population too. That’s because she’s less interested in the behaviors and traits of one species and more interested in how they interact.’

“The fact that environmental and social policies are so intertwined in cities has created some unexpected feedback loops, just like ecologists expect to see in a natural environment.”

Bringing back lost species?

The Thylacine (Thylacinus cynocephalus). Dr. Goding in 1902. Source: Wikipedia.

Throughout humankind’s history, we’ve driven species after species extinct: the passenger pigeon, the Eastern cougar, the dodo, the Tasmanian tiger …

But now, says American writer Stewart Brand, we have the technology (and the biology) to bring back species that humanity wiped out. So — should we? Which ones? He asks the big question. The answer is closer than you might think.

De lessen van Darwin

Charles Darwin

We weten dat het begrip ‘resilience’ niet van vandaag of gisteren is. Charles Darwin gebruikte het in 1859 bij zijn beschrijving van de kernprocessen van natuurlijke selectie, later door Herbert Spencer samengevat en geduid als het mechanisme ‘survival of the fittest’. Met andere woorden, de soort die zich het best kan aanpassen aan de omstandigheden overleeft en gaat door naar de volgende generatie (ronde). Is dat het in haar essentie? En geldt dat ook voor steden? Met andere woorden: de stad die zich weet aan te passen aan de omstandigheden overleeft. Of is er meer?

In elk geval is resilience anno 2018, bijna 170 jaar na de publicatie van de The Origin of Species, een zoemwoord. Modieus ook. Het is geleend vanuit het Engels. Wat is de Nederlandse betekenis eigenlijk? Ik zie veel van mijn collega’s hun schouders ophalen als ik informeer naar de betekenis ervan. Bij die vraag komt er meestal een veelvoud aan antwoorden: weerstand, weerstandsvermogen, veerkracht, wendbaarheid en robuustheid zijn het meest gehoord. Maar vaak komt er ook een vragende blik of gaan de wenkbrauwen omhoog.

Wat je er precies mee kunt in de dagdagelijkse praktijk van besturen en managen is voor velen nog onduidelijk. Het begrip vliegt hoog over. Hoewel Den Haag en Rotterdam er hard aan werken om denken in resilience van de grond te krijgen. Dat is knap. Het concept en de toepassing voor de besturing van de stad is nog uitdagend. Programmasturing, dat in elk geval, maar het is meer, veel meer. Dat een andere manier is van denken, dat is wel duidelijk. Maar voor het hoe of wat is in de huidige bestuurskunde nog niet veel ruimte, laat staan binnen raden en besturen. Toch is er de krachtige notie van de noodaak om in meer samenhang te gaan sturen, het belang van strategie, scenario’s, lange lijnen, samenwerking in ketens, de waarde van crisis- en rampenmanagement als onderdeel van het geheel, van integraal, betrokken en afgestemd. Maar resilience blijft een containerbegrip voor velen en gaan er nog maar weinig echte lampjes branden.