Noise: A Flaw in Human Judgment

From the Nobel Prize-winning author of Thinking, Fast and Slow and the coauthor of Nudge, a revolutionary exploration of why people make bad judgments and how to make better ones–”full of novel insights, rigorous evidence, engaging writing, and practical applications” (Adam Grant). 

Imagine that two doctors in the same city give different diagnoses to identical patients—or that two judges in the same courthouse give markedly different sentences to people who have committed the same crime. Suppose that different interviewers at the same firm make different decisions about indistinguishable job applicants—or that when a company is handling customer complaints, the resolution depends on who happens to answer the phone. Now imagine that the same doctor, the same judge, the same interviewer, or the same customer service agent makes different decisions depending on whether it is morning or afternoon, or Monday rather than Wednesday. These are examples of noise: variability in judgments that should be identical.

In Noise, Daniel Kahneman, Olivier Sibony, and Cass R. Sunstein show the detrimental effects of noise in many fields, including medicine, law, economic forecasting, forensic science, bail, child protection, strategy, performance reviews, and personnel selection. Wherever there is judgment, there is noise. Yet, most of the time, individuals and organizations alike are unaware of it. They neglect noise. With a few simple remedies, people can reduce both noise and bias, and so make far better decisions.

Packed with original ideas, and offering the same kinds of research-based insights that made Thinking, Fast and Slow and Nudge groundbreaking New York Times bestsellers, Noise explains how and why humans are so susceptible to noise in judgment—and what we can do about it.

Bibliography

Kahneman, D., Sibony, O and Sunstein, C. (2021) Noise: A Flaw in Human Judgment. New York City: Little, Brown and Company.

De goede voorouder

Lange termijn denken voor een korte termijn wereld
Onder alle grote problemen waar de wereld mee worstelt, ligt één kraakheldere oorzaak: we denken alleen aan de korte termijn. In dit urgente en praktische filosofieboek De goede voorouder breekt bestsellerauteur Roman Krznaric het debat hierover open. Hij beschrijft de geschiedenis van dit kortetermijndenken en schetst hoe we verder kunnen kijken dan onze eigen generatie lang is. Krznaric beschrijft een nieuwe manier.

De grote problemen van onze tijd gaan allemaal terug op één ding: we denken alleen aan de korte termijn. Dat denken koloniseert de toekomst. Je ziet het in het bedrijfsleven, de politiek en het persoonlijk leven. Zo ontstaat steeds meer ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen en nemen existentiële dreigingen toe. We staan aan de rand van de afgrond.

Toch is er hoop, volgens Roman Krznaric. Om goede voorouders te worden moeten we onder meer onze economie en politiek radicaal omvormen – een enorme opgave. Maar onder die ambitieuze doelen ligt iets wat we zelf kunnen doen: onze kortzichtigheid inruilen voor langetermijndenken. Krznaric onthult zes praktische manieren om onze hersenen hierin bij te scholen. Dan verschuiven we de loyaliteit van onze eigen generatie naar de hele mensheid, en kunnen we onze planeet en onze toekomst redden. De belangrijkste vraag die we onszelf moeten stellen is: ‘Zijn we een goede voorouder?’.

De originele editie The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World vind je terug op de website van de auteur en bevat achtergrondinformatie, indexes en videomateriaal.

Bibliografie
Krznaric, R. (2020) The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World. New York: The Experiment. Link

Krznaric, R. (2021) De goede voorouder: Lange termijn denken voor een korte termijn wereld. Utrecht: VBK Media | Uitgeverij Ten Have. Link

De Oriënt Express

Poster van de Oriënt-Express 1888.

Door Jack Kruf

Het verhaal van de Oriënt Express*. Zij kan dienen als een krachtige beeldspraak voor de nieuwe architectuur van publiek risicomanagement, zeker als het gaat om het ontwerp, de inrichting en het management van majeure vraagstukken.

Het concept blinkt uit in eenvoud en verbinding. Het is een all-in one: trein, reis, prijs én tracé. Bovendien met unique selling points: “Service Rapide,  Sans Changement de Voitures et Sans Passeport entre…”

Het is mijn gedachte: elk van de grote opgaven die begin 2021 voor ons liggen te gaan beschouwen als een Oriënt Express is de idee. De eerste trein reed in 1883 tussen London en Istanboel en was het initiatief van een ingenieur George Nagelmackers. Een baanbrekend concept, dat nu ook van toepassing kan zijn voor de lange reizen.

Hij had er de Nobelprijs voor Governance voor kunnen krijgen, maar die bestond toen nog niet. In het versnipperd Europa met staatjes en koninkrijken was elke kilometer van dat traject uit-onderhandeld met overheden, grondeigenaren, treinmaatschappijen, banken, beleggers en particuliere bedrijven.

Dat éne treinkaartje was administratief opgeknipt met toeslagen, verrekeningen en verdienmodellen voor elke kilometer. Een halve kapel vol met contracten, financieringsconstructen en overeenkomsten was nodig om deze reis mogelijk te maken.  Ook de locomotieven, de stations die aangedaan moesten worden, de diversiteit aan spoorbreedtes, landschappen, bergen, rivieren en dalen en de te verwachten weersomstandigheden.

Welnu in 2021 stappen wij opnieuw op. Een reis tussen nu (fossiele energie) naar 2050 (duurzame energie). Een reis van een generatie. Op weg naar een leefbare wereld voor mijn kleinkinderen Sam, Sebas en Equoia. Zo concreet en simpel is het. Ik heb mijn eerste Legotrein al gekocht, om te oefenen… met hen natuurlijk…

Wie wordt de nieuwe George Nagelmackers van de Energietransitie of van de Circulaire Economie? Allemaal en tegelijkertijd verkennen, sleuren, sleutelen, bouwen en onderhandelen kan niet. Coördinatie is nodig. 

In het concept van de Oriënt Express liggen de verbindingen naar de nieuwe zo gewenste systeemsturing besloten. Het herbergt de contouren van een nieuwe aanpak.

*Deel afscheidslezing te Breda op 19 maart 2021 door Jack Kruf.

Het kraakt en het piept

In de historie van Nederland is dit toch een bijzonder moment. Wij, rijk land, staan er financieel helemaal niet zo goed voor. Gemeenten raken in de problemen. De redenen zijn ook indrukwekkend. Kern: overheden schuiven elkaar taken toe en brengen elkaar daarmee financieel in de problemen. Die ene overheid is een fictie, zo blijkt.

De multi-level governance, ooit geïntroduceerd als het ei van Columbus, is niet werkend. Vanuit mijn internationale contacten weet ik, dat het naar ‘beneden’ duwen van bezuinigingen van regeringen naar gemeenten een patroon is dat in heel Europa voorkomt en de laatste 20 jaar gebruik is geworden.

Het rapport van BMC voor VNG spreekt boekdelen. De genoemde fysieke risico’s voor de nabije toekomst echoën die van het Global Risks Report 2021 en maken dat zij dichtbij komen:

  • Nationale belangen onvoldoende geborgd in lokaal ruimtelijk beleid.
  • Schadelijke gevolgen voor mens, dier en plant als gevolg van (slechte) luchtkwaliteit, calamiteiten, verkeers(on)veiligheid.
  • Toenemende bezuinigingen door verminderd gevoel van eigenaarschap door afstand.
  • Bijdrage Klimaatakkoord (CO2-doelstellingen e.d.) niet gerealiseerd.
  • Vertraagde planvorming, onvoldoende afgestemd.
  • Oplopende kosten voor inzet van kennis (te weinig gedeeld).
  • Afnemend draagvlak voor besluiten.
  • Afnemende ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid stedelijk en landelijk gebied.
  • Woningbouwdoelstelling niet gerealiseerd en lange wachtlijsten huurwoningen.
  • Dienstverlenende rol (vergunningverlening) onder druk (snelheid en kwaliteit).
  • Afnemend draagvlak voor besluiten.

Deze beelden herhalen zich al jaren en het wiel draait dieper en dieper in het zand. De politiek lijkt maar te willen blijven stapelen en raakt meer en meer losgezongen van een werkelijkheid die realiseerbaar en haalbaar is, qua capaciteit, kennis, mensen en financiën.

Omdat wij in een democratisch bestel leven is het dus de hoogste tijd om bestuurders te kiezen die oog hebben voor realiteitszin en vooral beschikken over organiserend vermogen. De som van onze overheden komt meer en meer in de problemen, en wij weten, dat leidt tot ontwrichting. Lees het rapport.

De boom en het rizoom

Dit essay De boom en het rizoom handelt over een zoektocht naar het begrip van het eigen systeem van menselijk handelen. Samenleving enerzijds, overheid anderzijds, hun werking en rollen worden bekeken en als het ware ‘afgetast’ in het licht van onderdelen van het natuurlijke ecosysteem. Het gekozen vertrekpunt wordt daarbij gedaan dat de samenleving een rizoom is en de bureaucratie een boom.

Van der Steen et al. (2010, p. 3): “Een toenemend aantal problemen en vraagstukken waarvoor de overheid zich geplaatst ziet – of verantwoordelijk wordt gehouden – heeft het karakter van een ‘netwerkprobleem’: een groot aantal partijen is betrokken, met uiteenlopende waarden, visies en belangen, met een fragmentatie van macht en verantwoordelijkheid, zonder dat er één actor is die eigenstandig tot een oplossende interventie kan komen…

Van het openbaar bestuur, en van bestuurders, wordt verwacht dat zij er in slagen om op complexe dossiers voortgang te boeken en tot succesvolle interventie komen. De vraag is dan hoe, gegeven de complexiteit van de problematiek, overheidsorganisaties toch tot ‘beleidsrealisatie’ kunnen komen…

De zoektocht in dit essay is er vervolgens op gericht om sturingsprincipes te formuleren die wel passen in het contingentieprincipe en om daarbij ook weer te geven hoe dat organisatorisch in structuren en competenties invulling kan krijgen. Dat is temeer relevant, omdat wij tevens betogen dat het merendeel van de werkelijk knellende problematiek zich in dit deel van de samenleving bevindt: de meest urgente en knellende problemen zijn netwerkproblemen. De meest belangrijke en noodzakelijke sturing is netwerksturing.”

Op pagina 10 formuleren de auteurs: “Een rizoom is in letterlijke zin een veelal horizontaal vertakte wortelstructuur, die niet te herleiden is tot één hoofdtak of tot één plant aan de oppervlakte, maar bestaat uit ondergronds voortwoekerende worteltakken waartussen steeds nieuwe verbindingen kunnen ontstaan”, op pagina 11 gevolgd door: “Als we de samenleving voorstellen als een rizoom, begrijpen we hoe lastig het is voor overheden om samenlevingen te sturen of te ontwerpen. Ook begrijpen we dat een samenleving als een rizoom in staat is allerlei spontane verbindingen tot stand te brengen – aan de ene kant mooie innovaties op de arbeidsmarkt, maar aan de andere kant ook minder aangename ontwikkelingen zoals cybercrime of hedendaags terrorisme. Een samenleving is niet ontworpen, is geen organisatie, is niet logisch opgebouwd, is geen orgaan.”

Het essay is in mijn ogen, ik spreek als Wagenings bosecoloog, een vorm van beeldspraak die helpt om de complexiteit van de samenleving te beseffen, maar waarbij van vanuit principieel ecologisch oogpunt, met andere woorden vanuit het perspectief van het natuurlijk ecosysteem zelve de onderbouwing van de aannames van die beeldspraak wordt gemist. Met andere woorden, beschouwd vanuit de fundamentele wetenschap van de bosecologie, wellicht ook vanuit de trotse ‘persona’ van het bos zelve, is de onderbouwing van de gebruikte metaforen boom en rizoom een zaak voor nadere studie.

Interessant, dat moet gezegd, in dit betoog zijn de door de auteurs zelf gedefinieerde en geciteerde metaforen en daarbij gelegde associaties, met name omdat de verbinding met de natuur wordt gezocht als verklaring waarom zaken in de (openbare) besturing van de samenleving lopen zoals zij lopen.

Deze publicatie is één van die schaarse maar memorabele momenten in mijn ogen, waarin de bestuurskunde eindelijk lijkt terug te willen keren op het nest van waaruit zij ooit is uitgevlogen – op zoek naar vragen die zij maar niet beantwoord krijgt in de zoektocht naar de Heilige Graal van goed bestuur -, namelijk dat van de ecologie, van de wereld van Charles Darwin, Alexander von Humboldt, John Muir, Roelof Oldeman en Edward Wilson. De vraag evenwel is óf zij en, indien ja, onder andere welke condities en aannames de bestuurskunde wordt toegelaten. Dat wordt toch spannend, omdat zij op onderdelen vervreemd is geraakt van het ecosystemisch aspect van openbare besturing. Het essay illustreert de eerste tekenen van inzichten en verlangens hiertoe. Dat is mooi.

Dit voortreffelijke en frisse essay ademt impliciet het verlangen uit om terug te willen keren op het nest van haar moederwetenschap, de ecologie, op zoek naar antwoorden. Ik weet niet of de auteurs zich hiervan bewust zijn. Dat geeft ook niet. Het essay opent in elk geval nieuwe deuren voor onderzoek om te begrijpen wie wij zijn en waartoe wij op aarde zijn.

Bibliografie
Steen, M. van der, Peeters, R. en Twist, M. van (2010) Overheidssturing in een Netwerksamenleving. Den Haag: Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Through woven woods

Elvenhome © Jack Kruf

Het gevoel in mijn zoektocht naar die elementen van besturing die openbaar bestuur effectief en succesvol maken, wordt het best verwoord door Tolkien in een passage uit The Lord of the Rings.

Ik heb de afgelopen jaren vele documenten en rapporten tot mij mogen nemen. In de ronde tafels die ik heb mogen leiden en de colleges die ik heb gegeven heb ik bijzondere gesprekken met mensen vanuit het gehele publieke domein gevoerd. Ik meen ik markante patronen te herkennen in de zoektocht naar de Heilige Graal van goede besturing.

Nu ben ik in het proces van verwerking, letterlijk en figuurlijk, en ben opnieuw gaan schrijven, om de gedachten, opgedane wijsheden en de punten nader te verbinden. Alsof ik, gelijk Frodo, in het ontzagwekkende bos van Elvenhome ben beland en de veelheid en rijkdom aan geluiden en beelden over mij heen laat komen om in te laten dalen op hun essentie.

Through woven woods in Elvenhome
She lightly fled on dancing feet,
And left him lonely still to roam
In the silent forest listening.
– J.R.R. Tolkien, The Lord of the Rings.